zaterdag 23 september 2017

De zoon van een marktkoopvrouw for president

Het volgen van een verkiezingscampagne in Liberia is in vele opzichten een belevenis. Allereerst de zichtbaarheid. Het land is volgeplakt met affiches. Overal hangen ze: van de hoofdstad Monrovia tot in een gehucht aan een zanderige weg in het oerwoud. In alle soorten en maten, van enorme billboards tot A4-tjes. En vaak van meerdere partijen tegelijk op de lemen muur van een huis of op een golfplaten schutting. Het persoonlijke is in Liberia méér dan politiek. Het portret van de kandidaat springt eruit. Bij de presidentskandidaten staat ook de metgezel voor het vicepresidentschap meestal prominent afgebeeld. De tribale herkomst speelt een belangrijke rol. De meeste kandidaten hebben daar bij hun keuze voor een running mate mee rekening gehouden en die moet natuurlijk worden getoond. De districtskandidaten voor het Huis van Afgevaardigden doen op hun affiche meestal enkele beloften zoals Hannah Slocum, ‘a mother with vision’. Zij pleit o.a. voor ‘good governance, good health services for all, peace, economic & development!!!’.


Goedbetaalde parlementariërs

De presidentskandidaten pakken het grootst uit, de kandidaten voor het Huis doen het meestal wat rustiger aan. De meesten beschikken over een bescheiden campagnebudget. Vooral de vrouwelijke kandidaten klagen daarover.  Daar komt bij dat ze hun partij én de Nationale Verkiezings Commissie uit eigen zak een registratiebijdrage hebben betaald, samen een bedrag van rond de $1000.
Alleen de zittende parlementariërs die herkozen willen worden hebben, tot ongenoegen van de overige kandidaten, meer geld ter beschikking. Geen wonder als je, in dit straatarme land, tot de bestbetaalde parlementariërs ter wereld behoort. Een lid van het Huis krijgt per jaar aan salaris en onkostenvergoedingen ruim $200.000, een senator moet het met iets minder doen: ruim $190.000. Dat inkomen was lange tijd min of meer onbekend, sommige politici hadden zelfs de smoes dat het geheim zou zijn. Onzin natuurlijk, het staat gewoon in de staatsbegroting. Sinds het Institute for Research and Democratic Development het op zijn website heeft gepubliceerd, is dat hoge inkomen een steeds grotere rol gaan spelen. In elk debat of radioprogramma komt het wel aan de orde. En verklaren vele kandidaten (ook die voor het presidentschap) dat het minder moet. Sommigen, zoals presidentskandidaat Cummings (ANC), pleiten voor halvering.

Volop radiodebatten

De radio is het belangrijkste medium in Liberia. Er zijn rond de 100 radiostations, die allemaal politieke praatprogramma’s hebben. De nationale stations vooral over de presidentsverkiezingen en de vele community radiostations laten de districtskandidaten voor het Huis aan het woord. Daarbij wordt driftig ingebeld door luisteraars, die meestal geen blad voor de mond nemen. Soms hoor je ook een monoloog van of een kritiekloos interview met een kandidaat. Dat is dan paid airtime, wat in Liberia de gewoonste zaak van de wereld is. Uurtarieven variëren van $60 tot $120. Voor datzelfde geld koop je ook een halve, zo op het oog redactionele, pagina in een krant, waarin je kunt uitpakken tegen een kandidaat. Kranten hebben kleine oplagen (tussen de 3000 en 5000), maar zijn vaak weer een bron voor de veel beluisterde radioprogramma’s.

De weg naar Tahn

Er worden in ieder van de 73 kiesdistricten radiodebatten tussen de kandidaten georganiseerd door landelijke mediaorganisaties, gesponsord door internationale donoren.  Alle kandidaten worden uitgenodigd en vaak vindt zo’n debat in twee panels plaats, omdat het moeilijk debatteren is met 16 kandidaten. Ik heb enkele van die debatten bijgewoond. Zoals verleden week in de provincie Grand Cape Mount, in Tahn, een dorp dat je na drie uur rijden over een bijna onbegaanbaar oerwoudpad bereikt. Er waren zeker 300 mensen uitgelopen om hun kandidaten te aanschouwen. Het ging er levendig aan toe, al was het meer een vraag en antwoord gebeuren dan een onderling debat. De verkiezingsbeloften gingen à la Rutte met miljoenen over tafel, zonder dat iemand zich afvroeg hoe dat allemaal betaald kon worden. Veel kandidaten nemen aan zo’n debat deel, maar de zittende parlementariër schittert vaak door afwezigheid. Soms omdat het werk in het parlement gewoon door gaat. Maar soms ook uit arrogantie, zoals een van hen zijn afwezigheid aan de organisatoren verklaarde: ‘Ik heb de afgelopen jaren veel gedaan voor mijn district, en de mensen weten dat’.

Publiek in Tahn
De zoon van een marktkoopvrouw

Een zeer bijzondere campagneactiviteit is de rally. Kandidaten reizen door het district of het land in een karavaan(tje) en houden stil in dorpen en stadjes. Nu kennen wij in Nederland ook wel het beeld van de lijsttrekker die in een kleurig partij-jack wat schutterig op een winderig stadsplein wat folders staat uit te delen, maar in Liberia is het andere koek. Ik was getuige van de binnenkomst van presidentskandidaat Mills Jones in Buchanan, de hoofdplaats van de provincie Grand Bassa. Mills Jones hoort bij ‘de grote zes’ van deze verkiezingen, maar hij is volgens mij kansloos om bij de hoogste twee te eindigen, die door gaan naar de 2de ronde.
Mills Jones, zoon van een marktkoopvrouw, is de voormalige directeur van de Centrale Bank van Liberia en heeft in die functie vooral furore gemaakt om micro-kredieten aan marktkoopvrouwen te verstrekken. Ruim een jaar geleden heeft hij een partij opgericht, MOVEE (MOvement for Economic Empowerment), die een goede landelijke dekking heeft: in 62 van de 73 kiesdistricten wordt een, veelal onervaren, kandidaat geleverd.


Muziek en dans

Hij zou tussen 12 en 1 uur aankomen. Langzaam maar zeker verzamelden zich honderden mensen langs de enige geasfalteerde weg die Buchanan met Monrovia verbindt. Velen stonden met een spandoek om hem te verwelkomen. Er werd gedanst en muziek gemaakt. Twee districtskandidaten van andere partijen waren zo slim om met hun auto door de mensenmassa te rijden en werden luid toegejuicht. Om een uur of 3 arriveerde hij. Zijn auto werd omstuwd, jongens klommen op de motorkap. Hij stapte uit en in een optocht wandelde hij met zijn aanhangers naar een kerk. Daar schalde forse discomuziek en er waren wat  stichtelijke woorden van een dominee. Mills Jones hield met zijn sonore, zware stem een tamelijk saaie speech van 45 minuten. Daarna was het de beurt aan de plaatselijke MOVEE-kandidaat die kort en krachtig, onder luid gejuich, een aansprekender verhaal hield dan zijn vaandeldrager.

De aankomst van Mills Jones
Mills Jones bleek in hetzelfde, tamelijk eenvoudige, hotel te slapen als mijn team. Hij was moe. Begrijpelijk. Tien weken campagne voeren in de 15 provincies, reizen over slechte wegen en een speech in elk dorp dat je passeert gaat je niet in de koude kleren zitten. En hij is niet meer de jongste, zo rond de 60 schat ik.
De volgende ochtend was ontluisterend en veelzeggend. Al vroeg stond een groep vrouwen en een groep jongens, die ook de vorige dag bij het onthaal dansten, voor het hotel. Een hoop kabaal, trommels en wederom dans. Na een tijdje kwam Mills Jones naar beneden. Hij bleef zeker 20 minuten in het hotel voor de glazen deur staan, keek naar buiten en bromde dat dit toch niet zijn kiezers waren. Zijn auto kwam voorrijden en hij stapte in, zonder een woord tot zijn vermeende supporters te spreken. Hij draaide zijn raampje open en wierp een briefje van $50 naar de jongens. De vrouwen kregen niets. Onmiddellijk ontstond er een vechtpartij; de gelukkige vinder zette het op een lopen, woedend gevolgd door de anderen. Jones reed snel weg. Het tafereel was weliswaar een movement for economic empowerment, maar toch anders dan hij zijn kiezers voorhoudt.
Mills Jones, midden met bril