zondag 28 juni 2015

Een week vol verrassingen en leermomenten

Deze week was ik wederom upcountry voor ons programma. Weliswaar niet helemaal tot in het diepe zuidoosten (Maryland), zoals een maand geleden, maar naar Zwedru. Het is toch altijd weer een avontuur zo’n rit van een paar honderd kilometer. Allereerst valt op hoe snel de asfaltering voortschrijdt van de weg tussen Monrovia en Ganta (zie mijn blog van 23 mei). Waar je vroeger toch zo’n dag over deze 265 km deed, ben je nu in 4 uur in Ganta. Maar vanaf Ganta is het als vanouds. De  onverharde weg is met het invallen van het regenseizoen in vergelijking met een maand geleden een stuk slechter. In feite is het één hobbel- en af en toe glijpartij van zo’n 5 uur.

Johnson Moordenaar

Het is nu de vijfde keer dat ik deze route rijd, maar altijd zie je weer nieuwe dingen. Even buiten Ganta staat op 50 meter van de weg een pakweg vier meter hoog standbeeld van een man, met een boek in de hand van zijn zwaaiende arm. Ik was verbaasd. ‘Is dat beeld nieuw?’ vroeg ik mij Liberiaanse metgezellen. ‘Nee het staat er al een paar jaar, het is een beeld van Prince Johnson’. Ik kon het niet geloven. Dus deze warlord, deze moordenaar van de met een staatsgreep aan de macht gekomen president Samuel Doe, deze senator met een VN-uitreisverbod, deze Prince die volgens de Truth and Reconciliation Commission van Liberia nummer 1 staat op de lijst van Most Notorious  Perpetrators  vanwege Killing, extortion, massacre, destruction of property, force recruitment, assault, abduction, torture, forced labor and rape tijdens de burgeroorlog en dertig  jaar land geen publieke functie zou mogen bekleden, heeft bij leven en welzijn  een beeld voor zichzelf opgericht?
We stopten om een foto te maken en lazen met een mengeling van afkeer en hilariteit de ronkende tekst die op de sokkel stond (inderdaad in hoofdletters uitgehouwen):

HERE STANDS IN LASTING MEMORY OF THE REVOLUTIONARY HERO OF NIMBA COUNTY GENERAL PRINCE YORMIE JOHNSON.
A STATESMAN, POLITICIAN, DIPLOMAT AND EVANGELIST OF THE GOSPEL OF JESUS CHRIST WHO FREED THE PEOPLE OF NIMBA COUNTY AND LIBERIA


Het beeld is in 2013 geplaatst en stond er ongeschonden bij. Nimba is zijn bolwerk: in december 2014 werd hij zonder problemen opnieuw voor 9 jaar tot senator gekozen. Maar buiten Nimba geniet hij weinig populariteit. Ook niet in de senaat, waar hij af en toe nog voor ‘moordenaar’ wordt uitgemaakt. Zijn electorale basis in het voor Liberiaanse begrippen vrij druk bevolkte Nimba is echter een troefkaart die hij bij iedere presidentsverkiezing handig weet uit te spelen, zoals ik in mijn blog van enkele weken geleden al memoreerde.
Van de ‘arrestatie ’en het ‘verhoor’ van president Doe door Prince Johnson is een video gemaakt die op YouTube te zien is. Het is een tamelijk schokkend verslag van de manier waarop de warlord, met niet de bijbel maar een bierblik in de hand, over zijn slachtoffer triomfeert. Dat hij later een herboren christen werd, zich evangelist noemt en zich met een bijbel in zijn wuivende hand laat afbeelden, is wellicht een poging om de digitale werkelijkheid die hem zijn hele leven zal achtervolgen, wat te neutraliseren.

Roadblock van €2,50

In Tapita werd de Ebola Treatment Unit afgebroken. Ook maar even foto van gemaakt. Het bewijs dat de Ebola is verslagen. Hopelijk wordt het niet te snel verwijderd. 


Onderweg kom je de meest vreemd uitgedoste auto’s en vrachtwagens tegen. Soms met passagiers als zichtbare verstekelingen die het risico nemen van een ongenadige valpartij om maar niet te hoeven lopen.


Verlaten wrakken van auto’s kom je ook regelmatig tegen en gevallen van pech. Op één plek blokkeerden drie met pech kampende vrachtwagens de route. We werden gedwongen een omweggetje te maken door het aanpalende dorp. De bewoners waren niet van gisteren en hadden een simpele wegblokkade opgetrokken  van een paar latten en een krukje. Voor geld wilden ze ons wel doorlaten. Ik heb met bewondering gade geslagen hoe mijn collega’s met hen in discussie gingen en, toen ze het niets eens konden worden, met de dorpelingen naar de Town Chief gingen. Na 20 minuten palaveren en tegen betaling van 250 Liberiaanse dollars (€2,50) mochten we verder rijden…


Een vuist maken

Uiteindelijk ging het om drie bijeenkomsten die we afgelopen week organiseerden. Twee van hen hadden hetzelfde karakter. NDI wekt nauw samen met vijf civil society organisations (CSO’s). Een van hen is de CSO-coalition on Natural Resource Management (NRM). Hierin werken 22 CSO’s samen, die streven naar een eerlijk, transparant en sociaal beheer van de natuurlijke rijkdommen van Liberia. Dat is hard nodig, want het meeste hout, ijzererts, palmolie, goud en binnenkort wellicht ook olie, wordt door buitenlandse bedrijven het land uit verscheept via overeenkomsten met de overheid waar haast altijd de geur van corruptie om heen hangt. En waarbij meestal ook de leefomgeving én middelen van bestaan van omringende gemeenschappen worden geschaad. Wij trainen en ondersteunen NRM om met de bedreigde gemeenschappen een vuist te vormen tegen deze praktijken en het parlement onder druk te zetten om een beleid te voeren, c.q. van de regering af te dwingen, dat niet danst naar de pijpen van het buitenlandse bedrijfsleven, maar naar de belangen van het overgrote deel van de –straatarme- bevolking. Om met meer kracht vanuit de basis van de samenleving te opereren heeft NRM vier regionale platforms in het leven geroepen. Hierin zijn lokale groepen actief om vanuit hun regio met informatie te komen of en hoe bedrijven de sociale verplichtingen uit die overeenkomsten (de bouw van een school voor naburige dorpen, fatsoenlijke huisvesting, scholing en gezondheidszorg voor de  werknemers e.d.) nakomen en hoe serieus de overheid daar op toe ziet.

Bijeenkomst in Zwedru.
De geur van de geldpot

De twee Regional Stakeholders' working sessions die NRM organiseerde (in Zwedru en Gbarnga) waren bedoeld om met de leden van deze twee platforms te discussiëren welke problemen én kansen er in hun regio zijn om dit jaar aan te pakken. Wat voor beide een groot probleem bleek te zijn, was het functioneren van de zogenaamde County Social Development Funds CSDF). In de overeenkomst die de overheid met bedrijven sluit, zijn behalve sociale verplichtingen, ook belastingverplichtingen opgenomen. Een deel daarvan komt terecht in deze CSDF’s, waarmee allerlei ontwikkelingsprojecten (infrastructuur, maar ook scholen en gezondheidscentra) worden gefinancierd. De structuur van en zeggenschap over deze fondsen zijn op papier redelijk geregeld, maar de werkelijkheid is een andere. Talloze overheidscommissies, ministeries en agentschappen bemoeien zich er mee, terwijl de parlementariërs uit de regio de neiging hebben het als een geldpot voor leuke dingen voor hun kiezers te beschouwen. En voor hen zelf, want ook om deze geldpot hangt de penetrante geur van corruptie. Het is dus zaak voor beide platforms om het functioneren van deze fondsen aan de orde te stellen en met voorstellen te komen hoe het beter, transparanter, socialer en democratischer kan.
Een ander kritiekpunt was de gebrekkige wijze waarop de overheid het nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst monitort. Dat vereist nauwgezet en consequent werkende ambtenaren, die door hun politieke bazen daarop aangestuurd worden. En daar ontbreekt het allebei aan, zoals overigens in veel onderontwikkelde (én ontwikkelde) landen.
Dus ook dat zal door de platforms geagendeerd moeten worden.
Volgende week zal NRM soortgelijke bijeenkomsten in de andere twee regio’s houden.

Groepsfoto van de 'Regional NRM Stakeholders'in Gbarnga.
Een reces van vier maanden

De derde bijeenkomst, afgelopen zaterdag,  had een ander karakter. Behalve drie CSO’s die zich met politiek inhoudelijke zaken bezighouden, ondersteunt NDI ook twee CSO’s die het parlement –en de individuele leden- volgen. Welke onderwerpen komen in het Huis en de Senaat aan de orde? Hoe zit het met de aanwezigheid van de parlementariërs? Wie doet er zijn of haar mond open en hoe vaak? Wie is actief met het indienen van moties of het ter verantwoording roepen van ministers? Zijn stukken en agenda’s van tevoren verkrijgbaar voor burgers? Enzovoorts. Dit monitoren is hard nodig om de lawmakers een spiegel voor te houden en hen zo te stimuleren zich actiever op te stellen in zaken die er voor de bevolking toe doen. Want daar ontbreekt het wel eens aan. En het is een manier om de kiezers te informeren over wat de gekozenen zoal in hun naam uitspoken.
Een van beide CSOs, de Justice and Peace Commission (JPC), houdt ook bij hoe serieus de parlementariërs hun vertegenwoordigende rol nemen. Liberia kent een districtenstelsel en dus wordt er van de gekozenen honorables verwacht dat ze een goede band met hun kiezers onderhouden. Zeker gedurende de agricultural break, een historische verworvenheid uit de tijd dat de meesten een boerderij hadden: van augustus tot begin januari staat het parlementaire leven stil en worden de parlementariërs geacht in hun kiesdistrict te zijn. Een veel gehoord kritiekpunt is dat de meesten dat niet doen, maar bij voorkeur naar Amerika afreizen om familie te bezoeken en zich medisch van alle kanten te laten doorlichten. Om Wahrheid van Dichtung te scheiden heeft JPC in ieder van de 15 provincies (counties) een monitor aangesteld. Deze moet tijdens dat lange reces in de gaten houdt of de parlementariër in zijn of haar district aanwezig is en welke activiteiten er worden ontplooid om de kiezers te informeren en consulteren. En daarover ook te rapporteren. Daarnaast inventariseren zij welke politici een lokaal  kantoor hebben en zo ja, hoe dat functioneert.

De JPC Orientation Training in Gbarnga.
Politiek bloedbad

Deze 15 monitors waren afgelopen zaterdag bijeen voor een Orientation Training, eveneens in Gbarnga,  om met elkaar te bespreken hoe ze hun taak oppakken, ervaringen te delen enz. Ik heb ze voorgehouden hoe belangrijk het is dat ook dit deel van het parlementaire werk wordt gevolgd. Enerzijds om nu eens duidelijk te krijgen of het onderbuikgevoel dat velen er een potje van maken wel klopt. En anderzijds, nog belangrijker, een beeld te schetsen wat er wél gebeurt, zodat daar een stimulerende werking van uit kan gaan. Dat geldt ook voor het inventariseren van de kantoren. In Liberia zijn de fysieke en digitale communicatieverbindingen slecht, dan wel onbereikbaar voor de meeste mensen. Dat maakt dat direct contact voor alles en iedereen buiten de hoofdstad Monrovia met een parlementariër moeilijk te realiseren is in de periode dat het parlement vergadert (januari-augustus). Een lokaal kantoor met een goed werkende staf kan daar zeker verbetering in brengen.
Langzamerhand begint het steeds meer bij de parlementariërs zélf door te dringen dat ze hun werk anders moeten aanpakken, willen ze herkozen worden. Zowel de algemene verkiezingen in 2012 als de ‘halve’ Senaatsverkiezingen in december 2014 waren een politiek bloedbad. Verreweg de meesten werden niet herkozen, omdat ze onzichtbaar waren voor hun kiezers. Het monitoren kan daar verandering in brengen. Zichtbaar zijn én de juiste, voor de grote massa van arme Liberianen relevante, ‘dingen doen’. Dáár gaat het om.


zaterdag 20 juni 2015

Huilen en lachen om het regenseizoen

Het regenseizoen is aangebroken. Het kan soms uren achter elkaar regenen. Nou ja regenen, iemand schreef eens dat het water met containers uit de hemel wordt gestort in Liberia, en daar lijkt het vaak op. Een mottig regenbuitje kennen ze hier bijna niet. Het is meestal alles of niets. En als het dan ‘alles’ is komen straten, verhard dan wel onverhard, al snel blank te staan. Mensen komen niet of te laat op hun werk, de straatverkoop daalt naar een minimum en de forse paraplu’s  van  vijf dollar vliegen als warme broodjes de stalletjes en supermarkten uit. De prijzen van de taxi’s, hét openbaar vervoer in Liberia, stijgen fors, met name upcountry waar de wegen vaak heel slecht zijn.
Een aantal keren dat zo’n stortbui van zich liet spreken zat ik in een vergadering of moest ik een workshop leiden. Onder een metalen, golfplaten dak. Verder praten heeft dan geen zin.
Juni  is het hoogtepunt van het regenseizoen, dat zo ongeveer van mei tot oktober loopt. Hoewel, als je aan vijf Liberianen vraagt wanneer het regenseizoen is, krijg je vijf verschillende antwoorden.


YouTube Road Movie, driving in the rain in Monrovia

Monrovia: natste hoofdstad van de wereld

Liberia bungelt onderaan in allerlei lijstjes die iets zeggen over welvaart, kwaliteit van het onderwijs, inkomen. Maar Monrovia prijkt op de 9de plaats van plekken op deze wereld waar de meeste regen valt. En het is de natste hoofdstad  ter wereld. De overige plekken in de Top 10 Annual Rainfall Totals worden ingenomen door een eiland (Yakushima, Japan), een fjord (Milford Sound, Nieuw Zeeland), of een plaats aan de voet van een bergrug langs de Pacific (Tutunendo, Columbia). Dit dorp staat  nummer 1 op de natte wereldranglijst; het moet gemiddeld per jaar 13,3 meter hemelwater verdragen. In Monrovia is dat 5,1 meter. En in Nederland is dat 0,85 meter per jaar, dus wie vindt dat ons kikkerland een erg nat land is, vindt de statistieken niet aan zijn zijde. Ook niet wat betreft het aantal dagen dat het regent (een regendag haalt al de statistieken als er 0,1 mm valt): dat zijn er 185 in Nederland en 183 in Monrovia.

De straat waar wij wonen, na een regenbui
Huilen in de regen

En nu ik het toch over regen heb: voor wie denkt dat het in Engeland altijd regent: gemiddeld valt er  daar jaarlijks 0,7 meter regen en dat is  minder dan in Nederland (0,85 meter), zij het dat je er erg natte en erg droge gebieden hebt. Maar het is een hardnekkig sprookje dat het in Engeland ‘altijd’ regent. Als Anglofiel en veelvuldig bezoeker aan het ‘Kingdom by the sea’ heb ik me daar altijd aan geërgerd. Hoewel, een van de leukste regenachtige avonden die ik in een Engelse pub heb doorgebracht was tijdens een lange afstandswandeling (South Downs Way) in oktober. Het was fraai, zonnig herfstweer. Geen wolkje aan de lucht. Na de tent opgeslagen te hebben in een weiland bij Midhurst bezochten we een pub, waar een tamelijk bejaarde hippie zijn plaatjes-draai-avond had. Het was nog in het pre-CD tijdperk. Als thema had hij ‘rain’ genomen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het wel zou regenen. En dus draaide hij de prachtigste popsongs: Crying in the rain (Everly Brothers), Walking in the rain (The Ronettes), Rain (Beatles), Early Morning Rain (Gordon Lightfoot) enz. De schatkamer van de popmuziek kent een ongelooflijk aantal liedjes over de neerslag, als metafoor voor liefdesverdriet. De discjockey had er reuze pret in dat zijn keus zo op prijs werd gesteld en toen we ook nog het stadium van de 45-toeren verzoeknummers bereikten, was het helemaal dolle pret met een poppubquiz avant la lettre.


Broccoliveld

In Liberia heb ik geen kunstzinnige vertaling van het regenseizoen kunnen ontdekken. Liberianen weten niet beter, verdragen het lijdzaam en weten dat de zon altijd weer gaat schijnen. Ook tijdens het regenseizoen en zeker er na. Het land is bedekt met tropisch regenwoud, waar veel rivieren door heen meanderen,  en als je er over heen vliegt lijkt het één grote broccoliveld. De vele regen maakt het land groen. En deels ook wel vruchtbaar, hoewel dat niet vanzelfsprekend is. Door houtkap, erosie en verzilting wordt  de van oorsprong vruchtbare bovenlaag van de Liberiaanse aarde steeds meer aangetast, daarbij geholpen door de zware regenval die de vruchtbare componenten steeds dieper de bodem in spoelt.


Smile, it’s raining

Maar het vele water kan ook voordelen brengen. De voorraad zoet water in de Afrikaanse bodem is gigantisch. Als de voorspellingen uitkomen dat er in de nabije toekomst in delen van de –ontwikkelde- wereld een nijpend tekort aan zoet water zal ontstaan, zijn die voorraden het ‘witte goud’ van de toekomst. En slimme, innovatieve ondernemers zien het vele water als een kans, Zij wijzen er op dat water onmisbaar is voor het leven op aarde en dat een goed beheer van het vele Liberiaanse water kansen biedt voor een economische ontwikkeling.
‘Liberia needs a solution. Lack of potable water leads to lack of productivity. Sickness due to water-born diseases and ailments like diarrhea, cholera, and typhoid account for missed days of productivity in both the primary person, but also the family member. The fact that an average liberian woman spends three hours per day collecting and hauling water is a further detriment to productivity. Liberia is in a spiral of poverty, and without access to clean water, time to be productive, and health, the country is destined for a slow road to recovery. It is time for a big move.
Enter a new way of thinking; and system of water management that will make Liberia the shining example in West Africa. The system is a “first mover”, multi-times green technologies, and is the fastest, most efficient way to assist Liberia out of poverty.’
Aldus African Rain Liberia, een water management bedrijf dat zijn Facebookpagina ‘Smile, it’s raining noemt.




zaterdag 13 juni 2015

Vechten met de film tegen Ebola

Ik heb al eerder over de cinema in Liberia geschreven, die langzaam probeert uit de kinderschoenen, of beter gezegd, de wieg, te komen. Ruim een jaar geleden werd het eerste Kriterion Filmfestival georganiseerd (zie mijn blog van 23 februari 2014) dat natuurlijk voor een Amsterdammer met een cineville-pas (althans die had ik voor ik naar Liberia ging) een hele speciale klank heeft. De studentenbioscoop uit de Roetersstraat was inderdaad een inspirator voor de organisatoren van dit festival, waarvan enkele ook stage hadden gelopen in deze Amsterdamse bioscoop. Het Kriterion-initiatief werd trouwens ook ondersteund door de Nederlandse NGO SPARK (develops higher education and entrepreneurship to empower young, ambitious people to lead their conflict affected societies into prosperity) die ook in Liberia actief is.

Using film as a tool for social change

Afgelopen donderdag was er weer een filmfestival, deze keer georganiseerd door het Liberia Film Institute, in het auditorium van de Universiteit van Liberia. Onder het motto ‘Using film as a tool for social change, we fought Ebola through film’’ werden vijf documentaires en zes  speelfilms vertoond die alle de strijd tegen Ebola behandelde. Het waren korte films, tussen de 5 en 10 minuten, gemaakt door jonge Liberiaanse cineasten. Het AccountabilityLab, een Amerikaanse NGO, traint en ondersteunt Liberiaanse filmmakers, o.a. bij dit Ebola-project. Op de site van het AccountabilityLab vind je de bio’s van de meeste filmmakers.
Ongeveer honderd mensen waren aanwezig in de verduisterde zaal, waar de films vanaf een laptop werden geprojecteerd op een gespannen wit laken. Elke filmmaker (5 mannen, 4 vrouwen) hield een kort praatje voordat  de eigen film werd vertoond.

Demonstratie van Ebola-gezondheidswerkers om hun salaris uitbetaald te krijgen
De documentaires hadden verschillende invalshoeken. Een documentaire (Labor Workers) belichtte de benarde situatie van gezondheidswerkers die in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden moesten werken en nog steeds op en deel van hun salaris zitten te wachten. Transport Condition laat zien hoe groot het verschil is tussen theorie en praktijk. Tijdens de Ebola-crisis waren strenge regels van kracht voor het openbaar vervoer, dat vooral uit taxi’s en een paar bussen bestaat: niet meer mensen dan zitplaatsen. De film toont onbarmhartig hoe zo’n achter het bureau bedachte regel onhoudbaar is in een stad als Monrovia waar het openbaar vervoer volstrekt ontoereikend is. Uit alle macht proberen mensen een plaats in een bus te veroveren, terwijl de buschauffeur de strenge regels aanhaalt en constateert dat de passagiers er zich niets van aantrekken. Een hilarische documentaire, zij het over een dodelijk onderwerp.


Ebola-overlever

De beste documentaire vond ik Survivor, van Helena Chowoe, waarin buren van een Ebola-overlever vertellen over mijnheer Kromah, die voordat hij ziek werd alom werd gerespecteerd. Tijdens zijn  ziekte zagen ze hem niet: hij was opgenomen in een Ebola Treatment Unit. Nadat hij een certificaat als Ebola-overlever had ontvangen keerde hij weer terug, maar niet onmiddellijk. Er gold een termijn van drie maanden, waarin afstand moest worden bewaard, waar de buren eigenhandig nog drie maanden aan vastknoopten. Maar uiteindelijk werd Kromah weer in de armen gesloten. De documentaire laat goed zien hoe moeilijk het is om in zo’n situatie te laveren tussen compassie met iemand die je respecteert en rekening houden met je eigen kwetsbaarheid.

Mr. Kromah
Overacteren en clichés

De zes speelfilms, die hier terecht dramas worden genoemd, beeldden in letterlijk hartverscheurende taferelen uit hoe ziek Ebola-patiënten waren en paniekerig de familieleden en buren daarmee omgingen. De meeste films hadden het thema seks als besmettingsgevaar genomen, waarbij de onverantwoordelijke, er op los neukende man, als boosdoener werd neergezet en zijn vrouwen als slachtoffers. Overacteren en clichés werden niet geschuwd. Ik vond er niet veel aan, maar de Liberianen in de zaal (ongeveer de helft, de andere helft bestond uit expats) leefden enorm mee en hadden reuze lol bij scenes, waarin de vrouwen lagen te creperen en de mannelijke dader als een nietsvermoedende sul werd neergezet. Ik weet niet zeker of de maker dit effect beoogde, maar als het betekent dat de boodschap is overgekomen, lijkt me dat winst.  

De vertoonde films zijn allemaal op het You Tube-kanaal van het Liberia Film Institute te zien. Gun jezelf een ‘Liberia screening’!

Helena Chowoe regisseerde 'Survivor' 


'

zaterdag 6 juni 2015

Presidentsverkiezingen: het kwartetten is begonnen

In Liberia beginnen de politieke spanningen langzaam weer op te lopen.  Tijdens de Ebola-uitbraak was er een zekere mate van nationale eenheid om deze onzichtbare vijand terug te dringen.  Nu de Ebola verdwenen lijkt, steken oude –en nieuwe- tegenstellingen weer de kop op in het toch al stekelige politieke landschap van Liberia.
De naderende presidentsverkiezingen trekken de meeste aandacht. Hoewel  die nog ver weg lijken (november 2017) wordt er al fors gespeculeerd over potentiële kanshebbers. De zittende president Ellen Johnson-Sirleaf heeft er twee termijnen opzitten en is derhalve niet verkiesbaar. Maar al zou ze dat wel zijn: een herverkiezing zou er niet in zitten. Haar populariteit is niet bijster groot, gegeven het feit dat na negen jaar ‘Mama Ellen’ (2006-2015) het overgrote deel van de Liberianen er nauwelijks op vooruit is gegaan. Noch in de portemonnee, noch in de bereikbaarheid en kwaliteit van basisvoorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting.

George Weah
George Weah: voetbalintelligentie

En dus lopen de kandidaten zich warm, althans in de krantenkolommen, waar druk gespeculeerd wordt. Zal George Weah, versgekozen senator en leider van de grootste oppositiepartij, het nu weer proberen – en slagen? Heeft hij inmiddels voldoende statuur om als staatsman door het leven te gaan, in plaats van de eeuwige oud-stervoetballer, die zeker voetbalintelligentie bezat, maar de politieke ontbeert? IJverig turfen kranten hoe vaak hij in de Senaat verschijnt –en het woord voert. Dat valt bar tegen. Als hij in Parijs op de tribune zit bij Paris Saint-Germain – Barcelona, en de TV camera dat wereldwijd registreert, gaat er een golf van verontwaardiging door krantenkolommen en de –nog vrij schaarse- sociale media. Hij moet de belangen van zijn kiezers dienen en zich niet onder die corrupte bobo’s mengen, zo luiden de meeste commentaren. Maar stelt hij zich wel kandidaat? Dat is nog steeds de vraag. En zal zijn naam weer opduiken in het uiteenspattende FIFA-schandaal, waarin ook stemmen van Afrikaanse bonden, inclusief de Liberiaanse, zijn gekocht?

Benoni Urey
Benoni Urey: LoneStar miljonair

Dat geldt ook voor andere getipte kanshebbers. Zoals Benoni Urey eigenaar van LoneStar, een van de grootste mobiele telefoon bedrijven van Liberia, witte-boorden kompaan van Charles Taylor en volgens The Economist de rijkste man van Liberia. Op hem rust een VN- travel ban. En hij staat  op de lijst van Liberianen die volgens de Liberiaanse Waarheidsvinding Commissie 30 jaar geen publieke functie mogen bekleden. Maar daar staat de huidige president ook op... Urey maakt er overigs geen geheim van wel iets in het presidentschap te zien, maar laat volstrekt in het midden met wie hij zich wil verbinden. In 2011 steunde hij, zonder pretenties,  de partij van Weah, maar nu ligt dat natuurlijk anders.

Prince Johnson
Want een soor bondje moet er wel gesloten worden, hetzij met een politieke partij, of een politicus met een stevige, tribale achterban. De omstreden Prince Johnson is zo’n politicus. Deze in de volkrijke provincie  Nimba populaire senator zal gezien zij zeer dubieuze en zeer gewelddadige  oorlogsverleden nooit tot president gekozen kunnen worden, maar hij loopt wel met zijn kiezers als wisselgeld te leuren om zo zijn positie veilig te stellen. In 2011 steunde hij Sirleaf, nu gaan er geruchten dat hij onlangs met George Weah een glaasje palmwijn heeft gedronken om mogelijkheden van samenwerking te verkennen.

J. Mills Jones
De hoogste baas van de Centrale Bank, J. Mills Jones, is een andere naam die regelmatig opduikt. Hij heeft zich populair gemaakt bij veel arme, piepkleine ondernemers door micro-micro kredieten te verlenen en stelt zich vooralsnog onpartijdig en los van het politieke gewoel op.

Oude duvel uit een doosje

Maar de stoot tot een golf van nieuwe speculaties is deze week gegeven door de bedaarde 71-jarige VP (vice-president) van Liberia: Joseph Boakai. Deze VP kwam als een duveltje uit het doosje te voorschijn: hij nam een petitie van ‘zijn mensen’  uit Lofa County in ontvangst, waarin zij hem opriepen zich kandidaat te stellen. En ziet: hij was bereid. Het was uiteraard een voorgekookt toneelstukje, maar het hakte er wel in. 

Joseph Boakai
De kranten staan vol met verhalen over deze slippendrager van de president, want zo wordt een VP in Liberia beschouwd. Hij heeft ook weinig keus: in het naar de VS gemodelleerde systeem is de president oppermachtig, zeker als het parlement voor het meerendeel uit slechtwillende amateurs bestaat. Boakai is sinds 2006 VP, en is van dezelfde partij als Sirleaf: de Unity Party. En daarin schuilen zijn beide achilleshielen. Zijn jarenlange verbintenis met Sirelaf en met haar partij worden hem door al zijn belagers stevig ingepeperd. Het is meer van hetzelfde en oude wijn in, deze keer ook oude zakken. Een enkele commentator weet er nog een aardige draai aan te geven door te verwijzen naar de recente geschiedenis. Toen in 1971 de langstzittende president van Liberia (27 jaar!), William Tubman, overleed werd hij opgevolgd door zijn VP William Tolbert, die maar liefst 19 jaar zijn nietszeggende schaduw was geweest. En ziet: Tolbert wierp alle schroom van zich af en zou zich, volgens velen, ontplooien tot de meest progressieve president die Liberia ooit heeft gehad. Waarom zou zich dat niet kunnen herhalen?

Masculien geweld

Bij al dit masculiene geweld, zou je haast vergeten dat het om de opvolging van de eerste vrouwelijke Afrikaanse president gaat. Waar zijn de vrouwelijke kandidaten, al dan niet speculatief? Als meest serieuze naam wordt die van Leymah Gbowee genoemd. De vrouw die samen met Ellen Johnson Sirleaf in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede won ‘ for their non-violent struggle for the safety of women and for women's rights to full participation in peace-building work’

Leymah Gbowee
Gbowee, die nog steeds zeer actief in het vredeswerk is, bekritiseert in toenemende mate het slappe beleid van Sirleaf, vooral op het gebied van corruptiebestrijding. Zij wordt gezien als een sterke running mate die, als George Weah haar op zijn ticket weet te krijgen, met hem een moeilijk te verslaan duo vormt. Maar ze lijkt me niet het type om als VP een zwijgend bestaan te gaan leiden. Liberia is in vele opzichten hard toe aan politieke vernieuwing. Zolang men nog, helaas, vasthoudt aan een sterke president (in plaats van een sterk parlement) lijkt een duo-presidentschap-met-taakverdeling me de beste optie.