zaterdag 30 april 2016

De Liberian Lawmakers Watch is gelanceerd

Dit is mijn laatste blog uit Liberia. Het programma waar ik me met hart en ziel voor heb ingezet, bruggen bouwen tussen actiegroepen en het parlement, is voorlopig (?) teneinde. Morgen vliegen we terug naar Nederland en zitten vier jaar Liberia erop. Als alles enigszins bezonken is zal ik nog een afsluitend bericht posten, maar nu eerst het hoogtepunt van deze week.


Liberian Lawmakers Watch

Dat hoogtepunt was de lancering van de website ‘Liberian LawmakersWatch’. Ruim twee jaar lang hebben we gewerkt met onze partner, het Institute for Research and DemocraticDevelopment (IREDD), om de resultaten van hun activiteiten op goede wijze de digitale snelweg op te krijgen. IREDD is een Liberiaanse Civil Society Organisation die al jaren lang het parlement ‘monitort’. Sinds 2013 wordt dat door NDI gesteund, daarvoor door andere donoren. Lange tijd concentreerde IREDD zich op de aanwezigheid van parlementsleden in de plenaire vergaderingen, en hun deelname aan debatten. Dat werd dan keurig vastgelegd per politicus, in een jaarlijks rapport. Toen wij IREDD begonnen te ondersteunen, vonden we dat er stappen voorwaarts moesten worden gezet. Hun ‘monitors’ (elke vergadering van Huis en Senaat worden in totaal door 4 IREDD stafleden bezocht) moesten hun ‘waakhond’ activiteiten uitbreiden. Hoe vaak riepen parlementariërs een minister op het matje, stelden schriftelijke vragen, of dienden een wetsvoorstel, dan wel een motie in? Hoe actief waren ze buiten Capitol Hill (het parlementsgebouw) in hun kiesdistrict? Vanaf 2013 werden ook dit soort activiteiten in kaart gebracht om zo meer informatie te krijgen over hoe serieus de Liberiaanse volksvertegenwoordigers hun taken opvatten.

Heldendaden

Daarnaast vonden we dat ook de rapportages aangepast moesten worden aan de moderne tijd. Elk jaar bracht IREDD een keurig rapport uit van een pagina of twintig met cijfers, analyses en aanbevelingen. De oplage was klein en het bereik beperkt. Jazeker, de media berichtten erover, er waren talkshows op de radio en de parlementariërs die er goed uitkwamen lieten het trots hun kiezers weten tijdens de, overigens spaarzame, Town Hall Meetings die ze in hun kiesdistrict organiseerden. En na twee weken waren de rapporten en cijfers vergeten.

32 van de 103  Liberiaanse parlementariërs
Dat moest dus anders. Hoe mooi zou het zijn als de resultaten van de monitoring op een website zouden worden gepubliceerd? Als per parlementariër duidelijk zou worden gemaakt, over een langere reeks van jaren, wat hij of zij zoal uitspookt? Als die informatie ook per partij, of per county (provincie), gegenereerd zou worden? Als die informatie ook makkelijk uitgeprint zou kunnen worden, zodat bezoekers van een Town Hall Meeting, of een verkiezingsavond, met feitelijke informatie in de hand, politici konden bevragen die tot dan toe altijd wegkwamen met ronkende verhalen over hun heldendaden die nauwelijks gecontroleerd konden worden? Als media voortaan met feiten hun doorgaans kritische artikelen over het, terecht veel bekritiseerde parlement, zouden onderbouwen?

OpeningParliament

En dus gingen we met IREDD  aan de slag. Uitzoeken of er elders op de wereld goede voorbeelden van dergelijke websites bestaan, wat niet het geval bleek te zijn. Er bestaat weliswaar een OpeningParliament forum, mede opgericht door NDI, dat wereldwijd transparant werkende parlementen stimuleert, o.a. door parlementen te monitoren, maar daar kwamen we niet verder mee. IREDD nam een Liberiaanse ICT’er aan die de webapplicatie moest bouwen. Dat lukte niet. Er kwam een ander voor in de plaats. Ook die lukte het niet. Dat was op zich geen schande, want het was een tamelijk gecompliceerde opdracht. De Ebola-crisis vertraagde het project eveneens. Een maand of vier geleden werd het roer omgegooid. Ik ontwikkelde op papier de structuur van de website en schakelde de ICT-meiden van NDI in Washington in. Zij slaagden erin om een webapplicatie te bouwen die al die data (cijfers over de hierboven genoemde activiteiten van 103 parlementariërs) ingevoerd in google-sheets (ik zal het niet te ingewikkeld maken) vertaalde naar grafieken per parlementariër én deze informatie ook te genereren per partij en county. Iedere parlementariër kreeg een eigen pagina waarop deze persoonlijke grafieken staan afgebeeld, nieuwsartikelen over hem/haar en gegevens als de commissielidmaatschappen, partij, e-mailadres e.d. Daarnaast moest er ook een ‘bill-tracking’ systeem komen: welke wetten zijn er in behandeling, dan wel al afgehandeld. Het parlement zelf is niet bij machte al dit soort informatie te geven.

Grafiek op de persoonlijke pagina van Senator Oscar Cooper
Royal Hotel

Toen het geraamte van de website af was heb ik een week of zes drie IREDD- monitors twee dagen in de week getraind en begeleid om data in te voeren en de functie en logica van de site te doorgronden. Hoewel nog niet alle beschikbare data is ingevoerd, concludeerden we dat de website ver genoeg was ontwikkeld om gelanceerd te worden. En dat gebeurde afgelopen donderdag in het Grand Royal Hotel in Monrovia, daags nadat Nederland klappertandend die vreselijke koningsdag moest zien door te komen.
Media en parlementariërs waren uitgenodigd en die toonden zich aangenaam verrast door wat er geprojecteerd wordt. Een parlementariër sprak van een ‘revolutionair initiatief’ dat hard nodig was om de Liberiaanse politici te dwingen zich meer rekenschap te geven, en verantwoording af te leggen, waar ze zich mee bezig hielden. Natuurlijk, zijn collega’s die slecht in de rapporten van IREDD scoorden, zouden dit zeker niet zien zitten. Doorgaans waren die slechte rapportcijfers snel vergeten, maar nu ze voltijds online zijn, en bovendien nog uitgebreid zijn met cijfers over meer ‘vakken’, zal het chagrijn van een aantal toenemen. ‘Trek je het niet aan, maar ga door met het geven van dit soort informatie. Het zijn wapens in handen van de kiezers om ons scherp te houden’. Een van zijn collega’s voegde eraan toe dat het voor hem alleen maar een inspiratie zal zijn om nog beter te presteren.


zaterdag 16 april 2016

Een koe voor een parlementariër

Deze week weer eens upcountry geweest: een workshop in Gbarnga en een in Zwedru. Bijzonder interactieve workshops zoals het zo mooi heet. De deelnemers waren activisten van burgergroepen die getraind wilden worden om zelf als trainer workshops te organiseren en te geven. Omdat ons programma zich richt op ‘bruggen bouwen’ tussen parlementariërs en belangengroepen, ging het vooral om trainers op dat onderwerp. De basis voor de training was het handboek (‘Step-down Training on Legislative Engagement’) dat we vorige maand hebben uitgebracht over het organiseren van dergelijke workshops. Zie daarvoor mijn blog van 28 februari jl.

Zij bereiden hun presentatie voor
Avondwerk

Het waren enerverende dagen. Omdat het een Train de Trainers aanpak was, gooiden we de deelnemers zoveel mogelijk voor de leeuwen. Ze werden de eerste dag voortdurend uitgedaagd om actief mee te discussiëren en ideeën aan te dragen over onderwerpen als: ‘waarom zou je trainen’, ‘wat zijn 10 tips om een goede trainer te zijn’, ‘wat zijn de zeven belangrijke stappen als je een workshop wil organiseren’ en ‘welke interactieve trainingsmethoden zijn er’. ’s Avonds, zeer ongebruikelijk in Liberia, moesten ze in kleine groepjes een presentatie voorbereiden die ze zelf de volgende dag moesten houden. Ze konden kiezen uit de 21 sessies die in de Toolkit zijn beschreven. Sessies over het functioneren van het parlement, hoe bewoners te organiseren en over lobbyen en actievoeren. Omdat de Toolkit vergezeld gaat van een diskette met 75 voorbeelden, zoals handleidingen, video’s, PowerPoint presentaties enz over deze onderwerpen, konden ze putten uit een rijk gevulde bron.  

Met de Toolkit op schoot
Van fouten leer je

De tweede dag moesten ze dus zelf als trainer aan de bak. En presentatie geven, het vraag- en antwoordspel leiden en discussies voeren. Omdat de deelnemers van verschillend niveau waren, was het hard aanpoten om iedereen op dat persoonlijke niveau aan te spreken en mee te laten doen. Cultuur speelt daarbij ook een rol, die onderkend moet worden. Het maken van fouten, maar daar geen verantwoordelijkheid voor nemen, maar naar ‘de ander’ wijzen, is een algemeen menselijk tekort, dat in Liberia naar mijn ervaring sterk aanwezig is. Terwijl het trainen, dat wil zeggen doen wat je moet leren, niet zonder fouten gaat. Van fouten leer je, zegt het wijze spreekwoord, en dat hebben we tijdens de workshop in allerlei variaties vaak herhaald. Wees niet bang om fouten te maken, dat geldt voor iedereen die voor het eerst een presentatie over ‘de drie functies van het parlement’ moet geven.

IJsbreker
IJsbrekers

Ik weet het, in het Nederland van nu is het een vloek, maar cultuurverschillen zijn heel leerzaam. Zo is het een bijzondere ervaring als je het zaaltje ’s morgens om halfnegen binnenkomt en een groepje deelnemers rond een tafel zit en een fraai, meerstemming lied zingt. Ongetwijfeld over Jezus, maar toch de moeite waard. Spectaculair en vrolijk makend zijn de ‘ijsbrekers’. Door de warmte, en vooral na de Liberiaanse lunch van rijst met vlees- en vleessaus, sluipt de slaperigheid binnen. In Liberia kent iedere workshopdeelnemer een rijk palet van korte, vaak grappige fysieke oefeningen, gecombineerd met gezang en handgeklap, waar iedereen wakker en vrolijk van wordt.

Lunch
Don’t bribe

Liberianen kunnen hartstochtelijk discussiëren. Een argeloze voorbijganger zou denken dat ze op de vuist gaan, maar dat is zelden het geval. Mijn Liberiaanse collega, die tijdens de burgeroorlog in Ghana woonde, kan met smaak vertellen hoe hij met een aantal landgenoten in een huis woonde, waarvan de Ghanese buren dachten dat er constant ruzie werd gemaakt.
Op één onderwerp brak de discussie ook in volle hevigheid los tijdens de presentatie van ‘do’s and don’ts’  voor burgergroepen als zij willen lobbyen bij politici voor hun zaak. ‘Don’t bribe’ was één van de aanbevelingen. Onmiddellijk ontvlamde de discussie. ‘Wat is omkoperij?’, vroeg een deelnemer. Als in zijn regio een parlementariër wordt gevraagd in zijn kiesdistrict er voor te zorgen dat er een school of kliniek komt, krijgt hij een koe als geschenk aangeboden. Dat is geen omkoperij, maar traditie. Onmiddellijk doken de meeste anderen daar boven op. Argumenten voor en tegen vlogen over tafel. De meesten leken zich toch op het standpunt te stellen dat de zeer goed verdienende lawmakers gekozen zijn om voor dat soort zaken op te komen. ‘Ze hebben al een geschenk van mensen ontvangen, namelijk hun stem bij de verkiezingen’ merkte een deelnemer snedig op. Een leerzaam voorval om verschillende redenen. Allereerst valt nu beter te begrijpen, waarom de corruptie, door velen gezien als het grote kwaad in Liberia, zo goed kan gedijen. Er is geen heersende moraal dat wat corruptie wordt genoemd, als fout is te bestempelen. De koe is daarvan een goed voorbeeld, maar veel voorkomend is ook de opvatting dat als iemand je een dienst bewijst. Je hem of haar daarvoor beloont. Ook als die dienst gewoon het werk van diegene is. De arts die je onderzoekt, de onderwijzer die een cijfer voor een proefwerk moet geven, de parlementariër die voor een besluit moet stemmen dat een ondernemer een opdracht oplevert.

Presentatie
Bossman

Ten tweede laat het geval koe nog een ander, diepgeworteld cultuuraspect zien dat volgens mij corruptie genereert. ‘Gewone’ Liberianen zien op tegen ‘boven hen geplaatsten’. Of het nu de Town Chief, een parlementariër of de chef op je werk is. Hoe vaak ik niet met ‘bossman’ ben aangesproken. Je kunt dat afdoen als een restant van een op racisme en slavenhandel gestoeld gedragspatroon. Een woord dat niet meer zijn oorspronkelijk betekenis en context heeft. Was het maar waar. Door zeer velen worden parlementariërs letterlijk als hun bazen gezien. En die moet je behagen om iets gedaan te krijgen. En zij (nou ja, een groot deel, er zijn gelukkig ook uitzonderingen) laten zich dat graag aanleunen. Parlementariër mogen gaag rondbazuinen dat zij de leiders zijn van hun kiesdistrict en dat zij lid zijn van het voornaamste en belangrijkste orgaan dat alom diep gerespecteerd moet worden. Het gaat daarbij niet om de daden, niet om de inhoud, maar om het omhulsel, de status, de schijn.

Ook tijdens de beide workshops kwam het weer ter sprake. ‘Zij zijn onze bazen’. Ik word daar niet goed van. ‘Niets daarvan, het is juist andersom. Jullie hebben ze gekozen om voor en namens jullie hun parlementaire werk te doen. Jullie, de kiezers, zijn de bazen, de opdrachtgevers van de parlementariërs!’ Zolang het misverstand over wat corruptie en omkoping nu eigenlijk is en zolang de hiërarchische, autoriteitsgevoelige mentaliteit de overhand heeft, zal de ontwikkeling van Liberia worden gefrustreerd en geschaad.

Groepsfoto in Zwedru



zaterdag 2 april 2016

Minister onder druk en parlementariërs met de billen bloot

De afgelopen week gebeurde er van alles in Liberia. De eerste Ebola-dode sinds een paar maanden moest helaas worden genoteerd. In Monrovia, de hoofdstad. Het bevestigt wat velen vreesden: het is erg moeilijk om de heftige Ebola-uitbraak van 2014/2015 voor 100% uit te roeien.

Onderwijsminister onder druk

Het plan van de minister van Onderwijs, Werner, om, weliswaar als pilot, 50 openbare lagere scholen in het land in handen te geven van Bridge International Academies, deed zeer veel stof opwaaien. Boze vakbond van leraren, een scherpe afkeurende reactie vanuit de Verenigde Naties, politieke partijen, kranten (‘Stupid Guy’ Werner) en radioprogramma’s: van alle kanten werd de minister aangevallen. Hij zou het openbare onderwijs, een publieke taak bij uitstek, privatiseren, leraren zouden met tablets uitgerust kinderen les moeten geven wat een te hoog gegrepen technologische sprong zou zijn, ouders zouden 6 dollar per maand moeten gaan betalen enz. 

Werner wordt ingezworen als minister (foto: FrontPage Africa)
De minister verdedigde zich door dit alles te ontkennen: de scholen bleven gratis (wat ze feitelijk nu ook niet zijn), Bridge zou onder de controle van de, overigens nauwelijks bestaande, onderwijsinspectie vallen en het was toch tenslotte maar een pilot. Het is een duivels dilemma. Het onderwijs, en dat wordt alom erkend, is van een erbarmelijke kwaliteit. Om het ‘van binnenuit’ te veranderen vereist een hercules-inspanning. Grootste struikelblok is de kwaliteit en mentaliteit van de leraren, Laagbetaald, ongeschoold, corrupt en liefdeloos voor het vak. Uiteraard geldt dat niet voor allemaal, maar wel voor een zeer groot deel. Het ministerie beklemtoont dat er van privatisering geen sprake is en dat de overheid de kwaliteitsbewaking van de Bridge-interventies ter hand zal nemen. Maar aangezien die kwaliteitsbewaking nu ook al bedroevend is, begrijpt niemand, hoe dat zou moeten gebeuren.

Omweg via Boston

En uiteraard is er een groot gebrek aan geld. De pilot aanpak van Bridge zou voor het eerste schooljaar 2016/2017, inclusief aanloop, 11,7 miljoen dollar gaan kosten. Zo’n 10,3 miljoen dollar daarvan gaat naar Bridge (een multinational uit Boston die in onderwijs ‘doet’) voor een groot scala van te verlenen diensten. Geld dat van donoren moet komen, maar dat volgens de criticasters beter rechtstreeks in het onderwijs gestoken kan worden, in plaats via een omweg in Boston, waardoor veel geld weglekt. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.
In Kenia en Uganda is Bridge al enkele jaren actief. De resultaten zijn bemoedigend, maar er zijn ook twijfels over de aanpak, zoals uit dit artikel van de Engelse Independent blijkt. Of dit artikel uit de Mail Guardian Africa.

Website van Bridge International Academies
Gereedschapskist voor activisten

Er zijn ook goede zaken te melden. Zo produceerde NDI een ‘Step-down Toolkit on Legislative Engagement’. Een mondvol. Het is een handboek waarmee actieve belangen- en burgergroepen zich zelf kunnen trainen om beter onderlegd, met goede actiemiddelen en effectieve strategieën, voor hun zaak kunnen opkomen. Hoe ze parlementariërs onder druk kunnen zetten, de media kunnen gebruiken, een campagne moeten opzetten, buurtbewoners en dorpelingen kunnen organiseren enz. Het handboek is een neerslag van drie jaar NDI-activiteiten op het snijpunt van binnen- en buitenparlementaire actie, waarmee activisten aan de slag kunnen. De gereedschapskist heeft ook een digitaal ‘opbergvak’. Op een CD en USB stick zijn zo’n 70 ‘resource materials’ verzameld: video’s, powerpoint presentaties, werkboeken en allerhande andere les- en actiematerialen, uit alle hoeken van de wereld, die als stimulans en voorbeeld gebruikt kunnen worden. We organiseren de komende maand nog een viertal ‘train de trainers’ bijeenkomsten, waar we in totaal 100 mensen trainen die vervolgens in hun eigen dorp of actiegroep aan de gang gaan het geleerde in praktijk te brengen. Het handboek, met de ruim 70 hulpvaardige bijlagen is ook te vinden op de website van NDI.


Parlementariërs met de billen bloot

Positief is ook dat de ‘parliamentary monitoring’ organisatie IREDD die NDI ondersteunt en adviseert, haar rapport over 2014 heeft uitgebracht, ernstig verlaat door de Ebolacrisis van vorig jaar. Daarin wordt gerapporteerd wat de parlementariërs zoals hebben uitgespookt. Hoe vaak verschijnen ze op hun werk, doen ze in vergaderingen van het parlement hun mond open, dienen ze wetsvoorstellen in, stellen ze kritische vragen aan ministers enz. In Liberia houden de parlementariërs het liefst verborgen wat ze voor hun riante salarissen aan prestaties leveren. Maar nu gaan ze met de billen bloot. Het openbaar maken van hun activiteiten draagt bij aan de broodnodige transparantie, informeert kiezers over wat er met hun stem gebeurt én kan hen helpen met het uitbrengen bij een volgende stem. Het rapport over 2014 werd op een goed bezochte persconferentie gepresteerd, waarna het veel publiciteit genereerde. Het rapport over 2015 volgt volgende week. Wat naar verwachting een nog grotere publicitaire en politieke klap zal opleveren is de lancering van de ‘Liberian Lawmakers Watch’ website, eind april, waarop alle verzamelde informatie over de parlementariërs op toegankelijke wijze wordt gepresenteerd. Op dit moment werk ik hard met stafleden van IREDD om de website af te krijgen. De bèta-versie is al in de lucht, maar nog ‘under construction’. Het 2014 rapport, dat uiteraard verwerkt is in de digitale ‘scorecards’ van de individuele parlementariërs, is ook integraal op de website te vinden.



zaterdag 19 maart 2016

Flipperende dolfijnen en een strijdvaardige oma

Dit wordt ‘Bericht uit Liberia’ nummer 127. Verreweg de meeste berichten gingen over serieuze zaken. Over corruptie, slecht onderwijs, dolende parlementariërs en een in het buitenland zwaar overschatte president. Over Charles Taylor, Ebola en onopgeloste politieke (?) moorden. Maar ook over allerhande activiteiten die de juiste ontwikkeling op gang moeten brengen. Actiegroepen ondersteunen om de autoriteiten onder druk te zetten eindelijk eens te ‘leveren’, samenwerken met goedwillende politici om hun rol als volksvertegenwoordiger geloofwaardiger te vervullen, het basisonderwijs in Monrovia proberen op te krikken door kinderen, vaak voor het eerst in hun leven, van een boekje, wereldkaart of woordspelletje laten genieten.


Luchtige zaken

Af en toe ging het blog ook over luchtigere zaken. Een country and western band die een live concert gaf in de populaire (en enige) strandtent in Monrovia, Golden Beach, het eerste Kriterion Filmfestival en driedaagse autotochten over rode zandwegen diep het binnenland in.  Soms een uitstapje naar het verre Nederland: gebeurtenissen die, afgezet tegen wat zich zoal voordoet in Liberia, tot de categorie luchtige zaken gerekend moeten worden. Zoals strubbelingen in GroenLinks (affaire Sap) of verkiezingen. Wat ik nadrukkelijk daar niet toe reken is… Feyenoord. Sinds ik via een schotelantenne FoxSport Afrika kan ontvangen, heb ik de laatste maanden alle wedstrijden van mijn club, voorzien van Portugees commentaar, kunnen zien. Al die verschrikkelijke, zeven nederlagen op rij, heb ik lijdzaam moeten ondergaan. Ja, ik ken het cliché, Feyenoord-supporter ben je niet voor je plezier, maar dit clubrecord had nooit gevestigd mogen worden. Aanvankelijk had het magisch denken in mij postgevat dat de schotelantenne in combinatie met dat zo fraai uitgesproken Portugese commentaar, de reden van de misère was, maar zie: ineens begon de zegetocht die nu al vier wedstrijden duurt!


Captain Paul

Maar af en toe heeft ook Liberia zo zijn lichtvoetigheden. Een paar weken geleden hebben we met vier vrienden (een bont gezelschap van twee Nepalezen, een Amerikaan, Pakistaanse en twee Nederlanders) een boottocht met captain Paul op de oceaan gemaakt om dolfijnen te zien en wellicht een visje te vangen. Captain Paul is een Amerikaan die in de regentijd in de VS woont, maar in de droge tijd vanuit Monrovia boottochten op de Atlantische Oceaan aanbiedt. Het was het leukste wat we in Liberia hebben meegemaakt. Alleen het begin was al vertederend. Paul heeft een boothuis, annex kantoor, met steiger aan de St. Paul’s River, die in de oceaan uitmondt. Er hing een superrelaxed hippiesfeer met wat oude banken, oudere jongeren in kleurige T-shirts, en netten knopende Liberianen. Met zijn vrij snelle motorboot, begeleid door Beach Boys en Creedence Clearwater Revival, voeren we een uur of vijf op de oceaan. Zon, helblauwe lucht en een rustige zee. 


Flipperende dolfijnen

Dolfijnen worden uiteraard niet van tevoren gegarandeerd. Het is geen Harderwijk. Maar na ruim twee uur varen zagen we in de verte witte, verspreide golfjes die volgens het kennersoog van Paul op een school dolfijnen duidden. En inderdaad, na nog een half uur voeren we tussen de tientallen snel zwemmende dolfijnen die er plezier in schepten om rakelings langs de boeg van de boot op en neer te flipperen. En dat herhaalde zich een paar maal. Intussen hadden Paul en zijn Griekse scheepsmaat vier geavanceerde hengels uitgeworpen. De laatste keer dat ik gevist heb moet in 1968 of zo geweest zijn met een bamboehengeltje in de trekvaart, tussen Naarden en Muiderberg, overigens zonder ooit iets te vangen. Ik bleef dus op gepaste afstand kijken hoe mijn vrienden en het  Grieks-Amerikaanse duo een ‘coalition of the willing’ vormden en  enorme, ook bloedige gevechten moesten leveren om twee geelvin tonijnen van ieder rond de 30 kg aan boord te hijsen. Na met zijn allen nog even een duik in de oceaan te hebben genomen, voeren we terug naar het belegen hippieoord, waar behendige Liberianen de beide vissen schoonmaakten. Met zo’n 30 kilo verse vis gingen we naar huis. Acht kilo leverden we af bij de wel zeer aardige Vietnamese eigenaar van Golden Beach, waarvoor we in ruil een paar dagen later heerlijk Vietnamees hebben gegeten. 
(Een week na dit plezierige uitje verongelukte de Liberiaanse schoonzoon van Paul in de donkere, tropische nacht. Hij reed met zijn auto tegen een stilstaande, onverlichte vrachtauto aan. Wie op zijn Facebookpagina  Pirates of the Liberian Sea bekijkt ziet zijn verdrietige mededeling. Als je naar beneden scrolt op zijn Facebook, vind je op 28 februari een tragi-komische time laps van onze visvangst.)  


Oma warrior

Een week later gingen we, met dezelfde Nepalese vrienden, met Sam naar zijn ‘boerderij’, zo’n 80 km landinwaarts, midden in een tropisch regenwoud. Sam is een van de vier chauffeurs die NDI in Liberia heeft. Hij had me al een paar keer over zijn boerderij verteld, en die wilden we weleens zien. Onderweg vertelde hij dat het stuk oerwoud, want dat bleek het te zijn, al zes generaties in bezit is van zijn familie. Zijn over-over-over grootmoeder was een ‘warrior’ in het grensgebied met Guinea. Om de vrede ‘af te kopen’ kreeg zij, net al vele anderen, een stuk grond om te bebouwen. (In dat grensgebied is vroeger menig stammenstrijd gevoerd. De in Nederland woonachtige Liberiaanse schrijver Vamba Sherif heeft daar onlangs de prachtige roman ‘De zwarte Napoleon’ over geschreven – Uitgeverij de Geus.)


‘Big man’ Sam

De boerderij lag bij een dorpje, waar we stopten. Sam was hier de ‘big man’ uit de grote stad, die zakken rijst mee nam om de paar ‘managers’ die voor hem werkte, te betalen. Het dorp bestond uit een twintigtal vrij nieuwe, lemen huisjes. Tijdens de burgeroorlog was alles vernield, vandaar. We bezochten het dorpsschooltje. Drie klassen voor 175 kinderen uit de omtrek. De onderwijzer, tevens de ‘pastor’, vertelde ons over zijn moeizame strijd. De kinderen moesten hun eigen stoel meenemen en er was een waterput in aanbouw. In de kale lokaaltjes was wel een schoolbord, waar leerstof stond opgeschreven, die de kinderen uit het hoofd moesten leren. Eén stond volgeschreven met rekensommen, één met staatsinrichting en de derde met een verhaaltje dat als moraal had dat meisjes naar school moeten en niet thuisgehouden moeten worden om water te halen en andere huishoudelijke klussen te doen. Dit type kinderarbeid is een hardnekkig verschijnsel in Liberia.

Staatsinrichting...
Vrouw aangeboden

Daarna togen we in een optochtje (er hadden zich inmiddels een tiental dorpelingen bij ons aangesloten) naar Sam zijn ‘boerderij’, die we na 10 minuten bereikten. Een stuk oerwoud met een klein perceeltje jonge rubberbomen. Sam is van plan ananassen en cassave te planten, maar dat is er nog niet van gekomen. Zijn twee personeelsleden waren in een kuil aan het werk om zand af te graven dat werd gebruikt om lemen ‘bak’stenen van te maken, die hij kon verkopen.  Als opslag was er een houten schuur, waar Sam soms overnachtte. Hier verorberden we de uit Monrovia meegebrachte lunch.  Daarna liepen we terug naar het dorp, waar een vrouw, dronken of stoned, zich aanbood om als mijn echtgenoot verder door het leven te gaan. Ik moest haar teleurstellen. Ik heb al een vrouw.

Sam in gesprek met zijn manager
Houtskool

We bezochten ook nog een zwartgeblakerd veldje waar de houtvoorraad werd verbrand om daar vervolgens houtskool van te maken. Houtskool is nog steeds dé brandstof in de Liberiaanse keukens.  Op alle uitvalswegen van Monrovia, tot ver landinwaarts, wordt houtskool in grote, grijze zakken te koop aangeboden. Sam betaalde de familie die de houtskool verwerkte met een stapel Liberiaanse dollars. Het veld is niet van hem, maar hij koopt de houtskool op, en vervoert het naar Monrovia, om het in de stad te verkopen.

Stilstaand leven

Op de terugweg praatten we na over wat we gezien hebben. Waarom in zo’n dorpje, net als al die vele andere honderden dorpen die in het binnenland verspreid liggen, het leven lijkt stil te staan. Mensen wonen en leven er op dezelfde wijze als 100 of 200 jaar geleden. Sam vertelt dat er weinig gemeenschapszin is. Als een dorpeling een veldje bebouwt, komen de anderen vragen of ze mee kunnen eten van de oogst. Als je goed kijkt in zo’n dorp valt op dat er jonge kinderen en oudere mensen zijn. De groep tussen 18 en 35 jaar is praktisch afwezig. Die trekken naar de grote stad in de hoop op een beter leven. Als ze een baan vinden druppelt er wat geld door naar achtergebleven familie in het dorp. Sommige noemen het een pastoraal leven, maar het is bittere armoe. Niet voor niets staat Liberia op de 150ste plaats (van de 157 landen) op de deze week verschenen ‘World Hapiness Index’ van de Verenigde Naties.


zondag 6 maart 2016

Angst en Afkeer in Liberia (deel 2)

Enkele weken geleden schreef ik in mijn blog onder de titel Angst en Afkeer in Liberia over toegenomen spanningen in Liberia naar aanleiding van de dood van Harry Greaves. Greaves was ex-directeur van de Liberiaanse Petroleum Maatschappij, een staatsbedrijf, en een geharnaste criticaster van belangrijke politieke onderwerpen die hoog op de agenda van de regering staan. Zijn lichaam werd drie weken geleden onder verdachte omstandigheden ontzield aangetroffen op het strand van Monrovia. Meteen werden van alle kanten verdachtmakingen geuit tegen de regering van president Johnson-Sirleaf. Er werd snel een Amerikaanse patholoog-anatoom ingevlogen, de Amerikaan Thomas Bennett, die binnen twee dagen rapporteerde dat Greaves verdronken was en dat de sporen van geweld na zijn dood waren ontstaan. Maar al even snel doken berichten op dat deze Bennett in eigen land omstreden was. De politie haastte zich op te merken dat rechercheonderzoek zal plaatsvinden om de ware toedracht boven tafel te krijgen. Vervolgens gaf Simeon Freeman, leider van de oppositionele Movement for Progressive Change, een persconferentie waarin hij wist te vertellen dat de regering van Liberia een dodenlijst van tien belangrijke politici had opgesteld, waaronder hijzelf. Freeman werd gesommeerd op het politiebureau te verschijnen, maar dook onder, waarschijnlijk in het buitenland,  en is sindsdien uit het nieuws verdwenen.

(Infographic FrontPage Africa)
Campaigners for Change

Omdat er na deze verwikkelingen een week lang geen nieuws werd vernomen van de zijde van de regering over de kwestie, organiseerden studenten onder het motto ‘Campaigners for Change’ op 22 februari een bijeenkomst voor de ‘Temple of Justice’, het gerechtsgebouw van Liberia. Namens hen legde de ‘rights activist’ Vandalark Patricks een verklaring af, waarin hij de regering van doofpotpraktijken beschuldigde, een onafhankelijk, diepgaand onderzoek eiste en een massademonstratie op 11 maart aankondigde voor het gebouw van UNMIL (de vredesmacht van de UN) om de UN-peacekeepers te verzoeken Liberia nog niet verlaten, zoals nu voorzien is in juni van dit jaar. Patricks werd de dag erop in de kraag gegrepen en achter slot en grendel gezet, beschuldigd van ophitsing en criminele belastering van de regering. En toen waren de poppen echt aan het dansen. Het regende over en weer van beschuldigingen. De journalistenbond kwam uiteraard op voor de vrijheid van meningsuiting, oppositionele partijen bekritiseerden onomwonden de arrestatie.

Weinig zachtzinnige politie

Maandag 29 februari  organiseerde een coalitie van studentenorganisaties en de jongerenorganisaties van drie oppositiepartijen (Congress for Democratic Change - CDC, All Liberian Party – ALP, en de  Movement for Progressive Change - MPC) een demonstratie voor de vrijlating van Patricks, wederom voor de ’Temple of Justice’. De doorgaans weinig zachtzinnige politie was snel ter plaatse: het politiebureau ligt, evenals de Universiteit van Liberia, en de parlementsgebouwen, om de hoek van het gerechtsgebouw. De politie liet het traangas en de gummiknuppels niet onaangeroerd en de demonstranten begonnen met stenen te gooien. Het verkeer in de hoofdstad lag voor enige uren stil.
Een dag later werd Patricks tegen een borg van een kleine 3000 dollar vrijgelaten. Bij zijn vrijlating kondigde hij opnieuw de demonstratie op 11 maart aan, waarbij uiteraard de gebeurtenissen van de afgelopen week het gelijk van de demonstranten lijken te bevestigen. Liberia is nog steeds een uiterst fragiele staat. De politie, noch de regering is in staat om op een verstandige manier maatschappelijke onrust te kanaliseren. Kritiek op het regeringsbeleid wordt al snel als opruiing en crimineel gedrag bestempeld. Patricks beschuldigde de politie er ook van hem in de zes dagen dat hij in de cel moest doorbrengen fysiek en psychisch gemarteld te hebben.
Juridisch bekeken is de kwestie niet afgehandeld. De rechtszaak moet nog plaatsvinden, al heeft zijn advocaat een uitgebreid verweer naar de rechtbank gestuurd met als boodschap dat de zaak geseponeerd moet worden, aangezien de actie van de politie tegen Patricks geen enkele wettelijke basis heeft.

Vandalark Patricks
Actie coördinator

Politiek bekeken is de kwestie ook nog niet afgehandeld. Omdat de grootste oppositiepartij, de Congress for Democratic Change (CDC), mede-organisator was van de demonstratie werd partijbestuurslid Mulbah Morlu dwingend gevraagd om op het politiebureau tekst en uitleg te geven. Morlu is verantwoordelijk voor ‘operaties en mobilisatie’ van de CDC, zeg maar de actie coördinator van de partij, zoals wij die vroeger bij de PSP hadden, een functie de helaas bij GroenLinks is geschrapt (wie de memoires van Femke Halsema leest, begrijp waarom). En zo verscheen afgelopen donderdag een stoet van CDC-voertuigen, met activisten, partijbestuursleden en parlementariërs, inclusief partijleider en senator George Weah, ten politieburele om Morlu af te leveren. Een min of meer ludiek actie, die de politie enigszins in hun hemd zette en bij voorbaat het ‘verhoor’ van Morlu tot een farce maakte.

Mulbah Morlu spreekt met de pers tijdens de demonstratie op 29 februari 

Persconferentie

De Liberty Party heeft inmiddels aangekondigd dat de wetgeving inzake ‘ophitsing en belediging’ moet worden aangepast om de vrijheid van meningsuiting te garanderen. Kandidaat voor de komende presidentverkiezingen (2017) Benoni Urey, de rijkste man van Liberia, vriend van Charles Taylor, eigenaar van de mobiele telefoon provider LoneStar en leider van de All Liberian Party die de demonstratie mede organiseerde, hield afgelopen vrijdag een persconferentie. Hij stelde, niet gespeend van enig eigen belang, na gerefereerd te hebben aan de dood van Greaves. ‘Adding to the simmering tension is the recent arrest of Vandalark Patricks on criminal libel and sedition charges based upon laws from our dark past. The arrest clearly shows the hypocrisy of the Ellen Johnson Sirleaf Administration, which was hailed internationally for signing the Table Mountain Declaration,” (Deze -Afrikaanse- verklaring beoogt de decriminalisering van de vrijheid van meningsuiting.)

Vele krantencommentaren wijzen erop, zoals dat van ‘The News’, dat de gebeurtenissen van de laatste weken het gevaar in zich houden dat Liberia afglijdt in een afgrond van gewelddadige conflicten en dat, als de UNMIL niet een stevig mandaat krijgt tot de verkiezingen (in 2017), het land in chaos ontaardt.


zondag 28 februari 2016

Gereedschapskist voor bruggen bouwen

Afgelopen woensdag presenteerde NDI de ‘Step-down Training Toolkit on Legislative Engagement’, tijdens een speciale bijeenkomst in het Corina Hotel in Monrovia. Het eerste exemplaar werd door NDI’s Country Director Laura Nichols uitgereikt aan de ambassadeur van Zweden, Lena Nordström (donor van NDI), parlementariër Christian Chea, Frances Greaves (voorzitter van de Liberiaans koepel van belangengroepen) en John Jukon, actief in een van de burgergroepen die NDI ondersteunt. Zo’n 130 mensen, veelal activisten, woonden de bijeenkomst bij. Journalisten waren aanwezig. Vooraf had UNMIL-radio een interview met mij uitgezonden over het gebeuren. De gastsprekers waren, zoals het hoort bij een presentatie, zeer kwistig met hun complimenten en ik schetste de aanwezigen het hoe en waarom van de Toolkit.

Laura Nichols (staand, links) deelt de eerste exemplaren van de Toolkit uit 
aan (v.l.n.r.) Lena Nordström, Frances Greaves, John Jukon en Christian Chea.
Werkplekken en werkbezoeken

De Toolkit (letterlijk: gereedschapskist, maar ook: handboek, handleiding, gids) is een van de ‘producten’ van het driejarige NDI-programma in Liberia dat nu op zijn eind loopt. Dat programma beoogt bruggen te bouwen tussen burgergroepen (Civil Society Organisations – CSO’s) en de parlementariërs. Wij trainden vanaf 2013 een drietal coalities van CSO’s om hun werkwijze, kennis, argumenten en lobbykwaliteiten te verbeteren. NDI organiseerde een stuk of 20 ‘workshops’ over een waaier van onderwerpen. Hoe functioneert het parlement, wat is de taak van een parlementariër, hoe bereid je een speech in een hoorzitting voor, welke actiemiddelen kun je gebruiken om parlementariërs te beïnvloeden, hoe ‘gebruik’ je media, hoe ontwikkel je een visie met concrete aanbevelingen, waarmee je als CSO aan de slag kunt. Enzovoorts. Deze workshops, waren letterlijk werkplekken en niet, zoals helaas toch vaak het geval is ‘sit- and listenshops’. Rollenspel, actieplannen opstellen, structuur en inhoud van ‘policy papers’ ontwikkelen, vragenlijsten bediscussiëren: dat werd van de deelnemers verlangd om daarmee vervolgens in de weken daarna in hun eigen omgeving mee aan de slag te gaan.
Daarnaast werkten wij samen met parlementariërs om hen te stimuleren het parlement ‘open te stellen’ en zich te laten ‘voeden’ door de argumenten, activiteiten en ‘best practices’ die CSOs uit de praktijk van alle dag op hun bureaus kunnen deponeren. NDI stimuleerde hen publieke hoorzittingen te organiseren, waar CSOs ontwerp-wetten kunnen becommentariëren en werkbezoeken af te leggen aan scholen, bedrijven en buurten.

Eendagsvlinders

In ons programma trainden en adviseerden wij een drietal CSO’s drie jaar lang intensief. Niet alleen gedurende die workshops, maar op allerlei manieren en momenten. Wij waren aanwezig bij bijeenkomsten die onze partners zelf organiseerden voor hun activisten. In de hoofdstad Monrovia, maar ook ‘upcountry’ is stadjes als Harper, Gbarnga, Tubmansburg, Zwedru, Buchanan, Barclayville, Ganta enz.  Om te adviseren en vragen te stellen waar dat nodig was. Niet om hen werk uit handen te nemen. Integendeel.  Hoe langer ik hier werk, hoe meer ik er van overtuigd ben geraakt dat dit type ontwikkelingswerk alleen succesvol kan zijn als het van onderop gebeurd, gericht is op zelf-organisatie van mensen, en de ondersteuning flexibel is, gericht op de problemen en uitdagingen die aangepakt moeten worden. Geduld is daarbij een schone zaak, al is het overbodig maken van ‘de hulp’ uiteraard wel een keiharde voorwaarde. Snelle successen zijn meestal eendagsvlinders.


Menukaart

NDI kon met deze aanpak drie CSO’s verder op weg helpen. En omdat twee van hen coalities van burgergroepen zijn, nog een stuk of vijftien meer. Maar er zijn honderden van dergelijke groepen in Liberia. Reden voor ons om de ‘Toolkit’ te ontwikkelen waarin de ervaringen zijn samengebundeld, gericht op het trainen van hun activisten door CSO’s zélf. Allereerst door middel van het organiseren van workshops, zoals hierboven beschreven. Om hen daarbij te helpen bevat de handleiding 21 voorbeelden van sessies die gehouden kunnen worden. Verdeeld in drie categorieën: (a) het functioneren van het parlement, (b) het organiseren van bewoners/belanghebbenden en (c) lobby en actievoeren. Die 21 sessies worden gepresenteerd als een menukaart, want uiteraard zal er een keuze moeten worden gemaakt die aansluit bij de behoeftes, ambities en ontwikkelingsmogelijkheden van de activisten van de betreffende CSO. De 31 blz. tellende handleiding gaat vergezeld van ruim 60 ‘bronnen’ die daarbij gebruikt kunnen worden. Video’s, powerpoint presentaties, gedetailleerde handleidingen (‘hoe organiseer ik een effectieve persconferentie’), modellen voor actieplannen enz.



USB-stick

De aanwezige CSO’s kregen een exemplaar van de Toolkit uitgereikt met daarbij een USB-stick waar al die ‘bronnen’ op te vinden zijn. Verder zijn de handleiding en alle bronnen te vinden -en down te loaden- op de website van NDI: www.ndi.org/Liberia-Training-Toolkit.

Wij beraden ons nog op hoe al die overige groepen in Liberia kunnen profiteren van de Toolkit, want in vele delen van het land is internet (nog) ontoegankelijk en postbezorging bestaat niet. Een ‘train-de-trainers’ aanpak is een van de mogelijkheden, waarbij we in het in het binnenland, weg van Monrovia, een bijeenkomst organiseren om burgergroepen ‘uit de bush’ te bereiken. Want ook voor hen geldt dat het van belang is om hún parlementariërs (Liberia kent een districtenstelsel) te bestoken met acties en alternatieven. 

zaterdag 13 februari 2016

Angst en Afkeer in Liberia

Fear and Loathing on the Campaign Trail was de titel van een huiveringwekkende serie artikelen in het Amerikaanse blad Rolling Stone van Hunter S. Thompson over de campagne voor de (Amerikaanse) presidentverkiezingenverkiezingen die in 1972 plaatsvonden. Dezelfde titel (‘Angst en Afkeer’) kan gebruikt worden om de huidige situatie in Liberia te kenschetsen, waar verkiezingen overigens pas in het najaar van 2017 plaatsvinden.



Angstaanjagende oceaan

Vorige week werd op het strand in Monrovia, achter het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ook de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf kantoor houdt, het lichaam gevonden van Harry Greaves. Greaves was ex-directeur van de Liberiaanse Petroleum Maatschappij, een staatsbedrijf, en een geharnaste criticaster van belangrijke politieke onderwerpen die hoog op de agenda van de regering staan. Zo voerde hij een half jaar geleden uitgebreid (papieren) actie tegen de privatisering van de Liberiaanse Elektriciteitsmaatschappij en bekritiseerde hij het wanbeleid rond de teloorgang van de National Oil Company of Liberia (NOCAL). Zijn kritiek was vooral gericht op de geld verspillende toplaag van deze bedrijven wier inkomen omgekeerd evenredig was met de wanprestaties die geleverd werden.  Zijn dood houdt nu al een week lang de gemoederen bezig. Hij werd het laatst gezien bij een hotel, een kilometer of 10 verwijderd van de plek waar zijn lijk op het strand werd gevonden. Hij leek te zijn verdronken in de Atlantische Oceaan, maar er waren sporen van geweld. Veel Liberianen en media waren -en zijn- ervan overtuigd dat Greaves vermoord is. Mensen die hem goed kennen, een collega van mij is zijn nicht, sluiten uit dat hij een duik in het water heeft genomen. De oceaan is voor de meeste Liberianen een angstaanjagende plek, trouwens de meesten kunnen ook niet zwemmen.


Bedenkelijke reputatie

Omdat er al eerder bekende criticasters van de zittende politieke elite onder verdachte omstandigheden de dood hebben gevonden, kwam de regering snel in actie. Een Amerikaanse patholoog-anatoom werd ingevlogen, de Amerikaan Thomas Bennett. Volgens de Amerikaanse Billings Gazette heeft deze Bennett een bedenkelijke reputatie en mag hij in Montana geen autopsie meer verrichten. Hij rapporteerde binnen twee dagen dat Greaves verdronken was en dat de sporen van geweld na zijn dood waren ontstaan. De minister van justitie maakte het rapport bekend, maar voegde daar aan toe dat het onderzoek naar zijn dood hiermee niet was afgelopen. Hij zou immers met geweld verdronken kunnen zijn,  dan wel zonder sporen van geweld vermoord zijn en in zee geworpen, dus verder onderzoek is nu in handen van de Liberiaanse politie. Of dat iets oplevert moet worden afgewacht; de politie blinkt hier niet uit in recherche-kwaliteiten om het vriendelijk uit te drukken.

Simeon Freeman
Dodenlijst

In dezelfde week kwam de leider van de Movement for Progressive Change, een oppositiepartij, met een opmerkelijke persconferentie. Simeon Freeman wist te vertellen dat de regering van Liberia een dodenlijst van tien belangrijke politici had opgesteld, waaronder hijzelf, maar bijvoorbeeld ook George Weah (senator en leider van de oppositionele Congress for Democratic Change). Met het oog op de komende presidents- en parlementsverkiezingen zou de regering van plan zijn belangrijke tegenstanders uit de weg te ruimen. Uiteraard baarde deze ‘onthulling’ veel opzien. Freeman werd door de politie uitgenodigd om op het bureau zijn beschuldigingen nader toe te lichten en met wat aanwijzingen te komen. Hij reageerde prompt dat hij alleen zou komen als hij schriftelijke werd uitgenodigd. Daarop rukte een speciale politie-eenheid uit om Freeman uit zijn huis te halen. De omgeving werd afgezet, aanstormende journalisten en fotografen werden hardhandig verwijderd, maar de vogel bleek gevlogen. Sindsdien is Freeman ergens ondergedoken en onvindbaar. De minister van Justitie liet echter doorschemeren dat justitie inderdaad van plan was Freeman in staat van beschuldiging te stellen, vanwege zijn beledigende verklaring en het feit dat hij er tussenuit was geknepen. Hij wilde echter niet zeggen wat de aanklacht precies zou zijn. ‘Schrijf maar op’, zo vertelde hij de verzamelde pers, ‘dat Freeman zich eerst moet melden, dan krijgen jullie de aanklacht te weten’. Nu houdt Freeman van gepeperde uitspraken, waar ik al eerder een blog aan wijdde. Maar deze keer lijkt hij te ver te zijn gegaan. Hoewel de moord op Greaves hem in zijn eigen gelijk zal stijven. Hij schijnt inmiddels Liberia ontvlucht te zijn.

48 uur cel voor minister

Tegelijkertijd is de minister van Financiën, Konneh, verwikkeld in een heftige strijd met de senaat. Zijn staatssecretaris had in een brief meegedeeld dat op het budget van de senaat gekort zou worden. Hoewel parlementariërs in Liberia, een van de armste landen ter wereld, tot de meest verdienenden van deze beroepsgroep ter wereld behoren, ontstaken de senatoren  in woede. Zij vatten dit op als een ongrondwettelijke beledigingen van dit ‘hoge huis’ en riepen de minister ter verantwoording. Deze gaf aanvankelijk geen krimp en verdedigde zijn staatssecretaris. De senaat greep naar het uiterste middel en dreigde de minister met 48 uur opsluiting in de gevangenis; een straf die staat op het moedwillig belemmeren van het werk van de senaat. 

Minister Konneh
De minister verscheen daarop met een team van juristen in de senaat, die de senatoren voorhielden dat de minister de zaak aan de ‘Supreme Court’ zou voorleggen. De dag daarop kwam de minister weer in de senaat, deze keer zonder advocaat, en vroeg de senatoren, desnoods achter gesloten deuren, de kwestie politiek op te lossen. Dat zagen de dames en heren echter niet zitten. De senaat herhaalde het ingenomen standpunt dat de minister voor 48 uur achter slot en grendel zou moeten. De kwestie loopt nog steeds. Robert Sieh, een van de meest spraakmakende journalisten van Liberia en kwelgeest van de politiek elite, nam het op voor de minister en noemde de actie van de senaat ‘rubbish’. ‘Het feit dat iemand je budget wilt korten, betekent niet dat je hem daarvoor moet opsluiten’, aldus Sieh. Hij heeft daarin gelijk. Jammer alleen dat kritische journalisten in Liberia altijd zo voorzichtig zijn met het aan de kaak stellen van de schandalige hoge inkomens van de parlementariërs.

zondag 7 februari 2016

Trouwen in Liberia: tot de dood ons scheidt...

Afgelopen zaterdag trouwde er een collega en uiteraard waren we uitgenodigd om daarbij te zijn. En niet alleen dat, ik mocht zelfs ‘patron’ zijn, zo liet Moses, de bruidegom, me enige weken geleden weten. Nu wist ik niet wat dat inhield, maar dat werd me snel duidelijk gemaakt door een andere collega. Trouwen is een dure aangelegenheid in Liberia. De meeste mensen moeten er lang voor sparen en Moses woonde al lange tijd samen met de bruid, en ze hebben ook al kinderen. Nu was er blijkbaar genoeg gespaard, althans een patron kon er een laatste zetje aan geven door geld te geven. En dat deed ik dus.
In Liberia wordt ontzettend veel getrouwd, de reden daarvoor zal ik verderop uit de doeken doen. We hebben al eerder een bruiloft meegemaakt (zie mijn blog hierover), maar dat was toen een traditionele bruiloft met een verborgen bruid, duiveluitdrijving en allerhande andere gebruiken. Deze bruiloft was in de kerk en zou een ‘westers’ gebeuren zijn, zoals een andere collega me toevertrouwde.

Ring Bearer
Nauwgezette organisatie

Na veel gezoek en gevraag vonden we de kerk (Monrovia barst van de godshuizen), met de mooie naam, Gracious Tabernacle Ministries, Repairer House Fellowship Center, aan een zanderige weg. We kregen het ‘Souvenir Program for  the Solemnization of Holy Matrimony  Between Moses Kolleh Mulbah Sr. en Satta Siah Willie’ uitgereikt, waarin het programma van de dienst en van de daarop volgende receptie stond afgedrukt. Daarnaast stonden in het boekje alle betrokkenen genoemd. De twee geestelijken, de ‘Maid of Honor’, de ‘Best Man’, de vier ‘Bride’s Maids’, de vier  ‘Groomsmen’, de vier bruidskinderen: ‘Flower Girl’, de ‘Ring Bearer’, de ‘Candy Girl’ en de ‘Candy Boy’. En ook de maar liefst acht ‘patrons’, waaronder ook mijn naam prijkte, de negen ‘sponsors’, de vijf ‘organizers’, de twee ‘hostesses’ en de twee ‘planners’. Bent u er nog? Ik noem dit allemaal maar even op om aan te geven dat een bruiloft in Liberia geen sinecure is. Er gaat een zo op het oog nauwgezette organisatie aan af, er is livemuziek, de ‘Catteografik Press’ is ingehuurd voor film en video, de priesters doen het ook niet voor niets en alle hiervoor genoemde betrokkenen hebben de prachtigste kleren aan.


Abortus, homohuwelijk en overspel

De familie en kennissen van Moses waren op het afgesproken tijdstip aanwezig. De traditie wil dat de bruid met haar familie pas een uurtje later verschijnt. Dat is dan het moment dat het feest echt begint. De muziek zwelt aan, er wordt gezongen en gedanst. Aangekondigd als de ‘procession’ komt de ‘Bridal Party’ de kerk in. De Maids en Groomsman lopen in een pas die tussen schuifelen en licht swingend in zit naar voren, gevolgd door ieder van de vier bruidskinderen, die zoals altijd er snoezig uitzien. De bruidegom Moses zit al die tijd vooraan in kerk, vlak voor de uit gekleurde ballonnen opgebouwde poort. Hij kijkt niet op of om, totdat hij aan het eind van de processie zijn toekomstige vrouw ziet verschijnen die aan de andere kant van het gangpad plaatsneemt. Vervolgens neemt een priester het gebeuren over. In een niet aflatende woordenstroom, met soms overslaande stem en een opgefokte houding, sleept hij er van alles bij om het huwelijk dat gesloten gaat worden tot iets te verheffen waarvan Jezus het centrum is. De vrouw moet zich overgeven aan de man en hem respecteren, de man moet van zijn vrouw houden. Abortus, homohuwelijk, overspel: alle verschrikkingen die het huwelijk bedreigen worden de kerk in geslingerd, en met veel afkeurende instemming begroet door de ongeveer 75 aanwezigen. Als de priester tamelijk uitgeput klaar is met zijn seance, en wij het onderhand ook erg benauwd en warm hebben gekregen, is het moment daar. Bruid en bruidegom beloven elkaar trouw tot de dood hen scheidt, de ringen worden om de vingers geschoven en hun handtekeningen worden in een groot boek gezet. De aanwezigen komen naar voren om het verse echtpaar te feliciteren, waarbij iedereen geld in de sleep van de bruid deponeert, dat even later door de Maid of Honor in een plastic zak wordt afgevoerd.


Tot de dood ons scheidt

In een ‘Recessional March’ swingt iedereen na twee uur de kerk uit, waarna op de trappen voor de kerk geposeerd wordt voor de ‘family photo’. Wij feliciteren Moses en Satta en besluiten de receptie aan ons te laten voorbijgaan. In de auto terug naar huis praten we met onze Nepalese college, en vriend, wat na over het gebeuren. Er wordt veel getrouwd in Liberia. Iedereen wil trouwen. Iedereen moet trouwen. De sociale druk is groot. De kerken en priesters leven er -mede- van. Familie en kennissen dansen, drinken, eten. Er wordt veel geld uitgegeven, maar ook weer ontvangen. En er wordt meer dan eens in een mensenleven getrouwd. Voor Moses is het al de derde keer, zo hoor ik nu pas. Zonder ooit weduwnaar te zijn geweest. ‘Tot de dood ons scheidt. Met Jezus in het centrum’.  


zondag 31 januari 2016

De 'troonrede' van de Liberiaanse president: nakomen van beloften

Afgelopen maandag werd in Monrovia het nieuwe zittingsjaar geopend van het parlement met de Annual Message On The State Of The Republic, ambitieus getiteld Delivering on the Promises en uitgesproken door Her Excellency Ellen Johnson Sirleaf, President of the Republic of Liberia. In Nederlandse termen: de ‘troonrede’, al wordt deze in Liberia wel uitgesproken door iemand die door de bevolking is gekozen én haar eigen beleid verwoordt. Het Liberiaanse systeem is gebaseerd op het Amerikaanse: de president heeft veel macht (o.a. benoemt ze iedereen in posities die er toe doen), maar uiteindelijk moeten de wetten goedgekeurd worden door beide kamers.
De jaarlijkse boodschap is een officieel gebeuren waarbij parlementariërs, rechters, generaals, politiefunctionarissen, de door de president benoemde leiders van de vijftien provincies enz. aanwezig zijn. (Klik hier voor de integrale tekst.)

De president (links) leest haar jaarlijke boodschap voor.
Het nakomen van beloften

De titel van de boodschap van afgelopen maandag was veelzeggend: ‘het nakomen van beloften’. (Nu is het nakomen van beloften geen sinecure. Mark Rutte kan daarvan meespreken.)  Als er iets deze president wordt verweten door verreweg de meeste Liberianen is dat er bar weinig van haar beloftes, die ze in 2005 en 2011 bij de verkiezingen deed, is terecht gekomen. Ze zou de corruptie aan banden leggen, maar de corruptie is sinds 2005 alleen maar toegenomen. Op de deze week gepubliceerde ranglijst van Transparency International neemt Liberia weliswaar een middenpositie in, maar de corruptie in de publieke sector (gemeten wordt de beleving) is even hoog als vorig jaar, en hoger dan de jaren daarvoor. Waar het gaat om basisvoorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg, veilig water e.d. is er geen sprake van enige vooruitgang.


De boodschap van de president kent een vaste opbouw en is behalve een blik op het komende jaar ook een verslag van het afgelopen parlementaire jaar. Begonnen wordt met het verwelkomen van maar liefst 22 typen mensen die aanwezig zijn. Een vast protocol dat overigens overal in Liberia wordt gevolgd, of het nu een buurtvergadering betreft, een politieke bijeenkomst of deze jaarlijkse grote boodschap. Daarna somt ze op welke wetgeving er aan zit te komen en doet ze een klemmend beroep op het parlement om die wetten ook af te handelen. Dat is een van de grote mankementen van het parlement. Door politieke onwil en een slechte organisatie gaat het wetgevingsproces uiterst traag. Wetsteksten raken kwijt, procedures zijn soms zo ingewikkeld dat iedereen het spoor bijster is, aangenomen amendementen worden niet zorgvuldig verwerkt enz. Ook politieke onwil speelt een grote rol. Een gedragscode voor parlementariërs of het vaststellen van een minimumloon wordt jaren getraineerd. Een meerderheid van de Kamerleden begrijpt dat het wegstemmen van dergelijke wetten niet goed overkomt, dus laten ze die in een of andere sop gaarkoken, tot ze uiteindelijk verdampt zijn. 

Verhullende werkelijkheid

En dus zijn er in 2015 maar liefst 22 wetten aangenomen, waarvoor ze de parlementariërs vriendelijk bedankt. Een veelvoud van 22 is nog in behandeling.  Ze kondigt tientallen nieuwe wetten aan, die zo op het oog belangrijk zijn. Van betere gezondheidszorg tot meer corruptiebestrijding. Maar de makke is, en dat geldt overigens niet alleen voor Liberia, dat wetten van papier zijn. Uitvoering en controle op de naleving zijn doorgaans erg slecht geregeld, door een gebrek aan ambtelijke capaciteit.
Wie de 21 blz. lange tekst leest zal worden getroffen door alle cijfers die de president opnoemt om het succes van haar beleid te onderbouwen. Maar iedereen die de dagelijkse praktijk kent, weet dat deze statistieken de werkelijkheid verhullen. Ze probeert hieraan te ontsnappen door, opnieuw, plechtig te verklaren dat binnen een paar maanden veel in orde komt. Zoals de levering van elektriciteit. In 2006 was er geen elektriciteitsnet, en dat is er in 99% van het land nog steeds niet. Maar, zo kondigt ze aan, elektriciteit wordt binnenkort geleverd in de grootste slum van Monrovia, en in maart, juli en december zullen nieuwe centrales in werking treden om ook afgelegen gebieden van stroom te voorzien. Ze roemt de 425 km weg die in 10 (!) jaar is aangelegd, maar vergeet erbij op te merken dat 300 km daarvan de laatste drie jaar zijn aangelegd dankzij financiering van de Wereldbank en de Europese Unie.


Vier miljoen mensen wonen in krotten. Ze bestaat het om als resultaat van haar regering te melden dat in 10 jaar tijd 123 woningen zijn gebouwd voor mensen met een laag inkomen en dat er plannen zijn om daar maar liefst 145 woningen binnenkort aan toe te voegen. De enorme filevorming in de hoofdstad Monrovia noopt tot het stimuleren van enig openbaar vervoer. Er worden 7 minibusjes in het vooruitzicht gesteld. En zo gaat het maar door.

Geen zelfkritiek

Terecht wijst Johnson-Sirleaf erop dat Liberia van ver komt. De 13-jarige burgeroorlog (1990-2003) heeft het land ver teruggeworpen. En de ebolacrisis heeft het land in 2014 in een geheel nieuwe, en tot dan toe, onbekende crisis gestort. Maar dat verklaart onvoldoende waarom veel van haar beloften nog steeds in de toekomst waargemaakt moeten worden. Van enige zelfkritiek is geen sprake. Noch van een serieuze analyse waarom de ontwikkeling in Liberia stokt, ondanks de natuurlijke rijkdommen en de vele honderden miljoenen die er jaarlijks (720 miljoen dollar in het laatste fiscale jaar) aan ontwikkelingshulp het land binnenkomen (tegen een staatsbegroting van 622 miljoen dollar). Door velen wordt de enorme corruptie als belangrijkste obstakel voor ontwikkeling beschouwd, hand in hand met slecht bestuur, want dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Een indringend beeld van die corruptie wordt geschetst door John Morlu (tussen 2007 en 2011 hoofd ven de Liberiaanse Rekenkamer) in zijn toespraak tot de jaarvergadering van de Liberiaanse journalistenvakbond, PUL. In de zeer lezenswaardige Liberiaanse glossy Images is deze toespraak integraal gepubliceerd.

John Morlu
Verkiezingen in 2017

In oktober 2017 zijn er presidents- en parlementsverkiezingen. In juni  2016 zal de VN-vredesmacht UNMIL zijn aanwezigheid in Liberia sterk verminderen. Volgens Johnson-Sirleaf is Liberia ‘safe and secure’. ‘The decision of the Security Council of the United Nations to undertake a drawdown of its peace-keeping mission in the country bears proud testimony to how far we have travelled since the end of our protracted conflict in 2003, we have kept the peace and conducted of two successful democratic elections.’ Lang niet iedereen is daar gerust op. De rechterlijke macht, leger en politie zijn corrupte, zwakke en zeer autoritair geleide overheidsorganen die zeer weinig vertrouwen genieten onder de bevolking.
John Morlu ziet het volgens mij reëler: ‘De komende verkiezingen zijn de grootste uitdaging waarvoor Liberia staat. Het gaat dit land voor altijd breken of maken. (…) Zullen we in 2017 mensen kiezen die de democratie zullen maken die wij nodig hebben. Een democratie, waar het parlement niet casht maar beraadslaagt, waar het rechtssysteem eerlijk functioneert en waar de regering niet de grootste omkopers van het land zijn.


zondag 24 januari 2016

Fietsen is voor armoedzaaiers

Fietsen in Liberia is een wonderlijke aangelegenheid. Liberianen fietsen nauwelijks. Je ziet nog weleens een kind op een fiets en heel soms een volwassene. Verder zijn er een paar expats die zich op een tweewieler wagen. Waaronder wij. In de loop van 2012, toen wij hier langzaam maar zeker ingeburgerd raakten, togen we naar de mini-tweedehands fietsenmarkt in het centrum van de stad. Uit het aanbod van pakweg twintig fietsen kozen we de twee beste. Kettingbladen en wielen hadden weinig speling, de remmen voldeden, evenals de versnelling. Made in China uiteraard, maar nu, ruim drie jaar later, rijden ze nog steeds.


Good excercise!

Het meest wonderlijke aan het fietsen is dat je regelmatig commentaar krijgt. ‘Good excercise!’ is een veel gehoorde kreet, die vergezeld gaat met een glimlach. Veel Liberianen zien het als een soort trimmen. Sommigen lopen hard, anderen fietsen. Maar ook krijg je de, vaak wat minder vriendelijk geuite, uitnodiging om de fiets maar af te staan, dan wel weg te geven als je Liberia weer verlaat. Verder zijn er ook boze blikken. Vooral van taxi’s (auto’s en motorfietsen) die laten merken niet te begrijpen hoe iemand het in zijn hoofd haalt te gaan fietsen in plaats van een taxi te nemen.

Files, geld en regenpakken

Naast verbazingwekkend is er ook een ergerlijke kant aan het fietsen in Liberia. Of beter gezegd het niet-fietsen van de overgrote meerderheid der Liberianen (en expats). Natuurlijk, het is een veel gehoord ‘algemeen bekend feit’ dat in (met name Afrikaanse) ontwikkelingslanden fietsen wordt gezien als een armelui's bezigheid. Hoewel het overgrote deel van de bevolking een schamel inkomen heeft, besteedt ze een deel van dat weinige geld liever om aan te schuiven in een overbevolkte taxi of plaats te nemen achterop een motorfiets dan aan het kopen van een tweedehands fiets. Hoe vaak wij onze collega’s en Liberiaanse vrienden ook voorgerekend hebben dat de fiets veel voordeliger (en gezonder) is dan de taxi: men wil er niet aan. En het is niet alleen voordeliger. Liberianen die een baan in het centrum hebben en bijv. 8 kilometer van hun werk wonen, moeten ’s morgens en ’s avond twee tot drie uur in de file staan op de enige weg die het centrum ontsluit in noordelijke en zuidelijke richting. Om nog maar te zwijgen van de enorme luchtvervuiling, want Liberia is, zoals vele Afrikaanse landen, het afvoerputje van oude, afgekeurde auto's uit Europa.
Eerlijk gezegd zijn er ook wel verzachtende omstandigheden. In het regenseizoen kan het zó met bakken uit de lucht vallen dat daar geen regenpak tegen opgewassen is. Het openbare leven valt dan voor een tijdje stil. Maar goed, dat is uiteindelijk toch maar op een beperkt aantal dagen van het jaar het geval. Een andere tegenwerping die veel wordt gehoord is de prijs van een tweedehands fiets (rond de 70 dollar) die toch al snel de helft van het gemiddelde maandloon beslaat. Dat argument snijdt zeker hout, maar vergelijkbaar met andere grote uitgaven die ook gedaan moeten worden (huur, schoolgeld kinderen) is de fiets een investering die zich méér dan terugverdient. Uitgerekend dat aspect is moeilijk tussen de oren te krijgen.

De twintig autobussen uit Istanbul worden overhandigd in Monrovia
Neem de bus!

En de bus dan? Sinds kort rijden er in Monrovia twintig rode stadsbussen rond die geschonken zijn door Istanbul. Een dienstregeling of duidelijke route heb ik niet kunnen ontdekken. Evenmin is duidelijk hoe veel een kaartje kost. De chauffeur wil geld hebben. Maar ook zijn als conducteur optredende handlanger die de mensen erin laat. En de tarieven schijnen nogal eens te verschillen, afhankelijk van het humeur of de financiële situatie waar de chauffeur of conducteur zich in bevindt.
Monrovia slipt langzaam maar zeker dicht. De enorme files die elke dag de stad in en uit gaan, zorgen nog niet voor een omslag in het denken. De paar verkeerslichten helpen geen zier. Voor het door rood heen rijden is bij wijze van spreken nog nooit iemand bekeurd. Sommige verkeerslichten staan na de kruising en er zijn links- of rechtsaf pijlen, terwijl er geen zijweg is. De parkeerdruk in het centrum heeft ertoe geleid dat er betaald parkeren is ingevoerd. Maar het tarief is, overigens niet onbegrijpelijk, zo laag dat het geen rem vormt.
Naast de taxi’s en personenauto’s is ook het aantal auto’s van de Verenigde Naties, ontwikkelings-NGOs en regeringsburelen gigantisch. De vele expats en Liberiaanse bonzen die zich hierin laten rondrijden, meestal nodeloos door vier wielen aangedreven, zouden zich ook weleens mogen afvragen of hun mobiliteit niet was duurzamer geregeld kan worden.



Wellicht dat het voorbeeld uit Ghana inspirerend werkt voor enige ondernemende Liberianen. Op kleine schaal worden hier fietsen gemaakt van bamboo. Nu kun je in Nederland voor heel veel geld ook dit soort fietsen kopen, maar het project in Ghana heeft naast een duurzame, ook een sociale dimensie. Het schept werkgelegenheid voor jongeren en gehandicapten en het bedrijfje doneert fietsen aan communities om zo het fietsen populairder te maken. Changing the face of transport is het motto dat ook in Liberia méér dan nodig is.