zondag 31 januari 2016

De 'troonrede' van de Liberiaanse president: nakomen van beloften

Afgelopen maandag werd in Monrovia het nieuwe zittingsjaar geopend van het parlement met de Annual Message On The State Of The Republic, ambitieus getiteld Delivering on the Promises en uitgesproken door Her Excellency Ellen Johnson Sirleaf, President of the Republic of Liberia. In Nederlandse termen: de ‘troonrede’, al wordt deze in Liberia wel uitgesproken door iemand die door de bevolking is gekozen én haar eigen beleid verwoordt. Het Liberiaanse systeem is gebaseerd op het Amerikaanse: de president heeft veel macht (o.a. benoemt ze iedereen in posities die er toe doen), maar uiteindelijk moeten de wetten goedgekeurd worden door beide kamers.
De jaarlijkse boodschap is een officieel gebeuren waarbij parlementariërs, rechters, generaals, politiefunctionarissen, de door de president benoemde leiders van de vijftien provincies enz. aanwezig zijn. (Klik hier voor de integrale tekst.)

De president (links) leest haar jaarlijke boodschap voor.
Het nakomen van beloften

De titel van de boodschap van afgelopen maandag was veelzeggend: ‘het nakomen van beloften’. (Nu is het nakomen van beloften geen sinecure. Mark Rutte kan daarvan meespreken.)  Als er iets deze president wordt verweten door verreweg de meeste Liberianen is dat er bar weinig van haar beloftes, die ze in 2005 en 2011 bij de verkiezingen deed, is terecht gekomen. Ze zou de corruptie aan banden leggen, maar de corruptie is sinds 2005 alleen maar toegenomen. Op de deze week gepubliceerde ranglijst van Transparency International neemt Liberia weliswaar een middenpositie in, maar de corruptie in de publieke sector (gemeten wordt de beleving) is even hoog als vorig jaar, en hoger dan de jaren daarvoor. Waar het gaat om basisvoorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg, veilig water e.d. is er geen sprake van enige vooruitgang.


De boodschap van de president kent een vaste opbouw en is behalve een blik op het komende jaar ook een verslag van het afgelopen parlementaire jaar. Begonnen wordt met het verwelkomen van maar liefst 22 typen mensen die aanwezig zijn. Een vast protocol dat overigens overal in Liberia wordt gevolgd, of het nu een buurtvergadering betreft, een politieke bijeenkomst of deze jaarlijkse grote boodschap. Daarna somt ze op welke wetgeving er aan zit te komen en doet ze een klemmend beroep op het parlement om die wetten ook af te handelen. Dat is een van de grote mankementen van het parlement. Door politieke onwil en een slechte organisatie gaat het wetgevingsproces uiterst traag. Wetsteksten raken kwijt, procedures zijn soms zo ingewikkeld dat iedereen het spoor bijster is, aangenomen amendementen worden niet zorgvuldig verwerkt enz. Ook politieke onwil speelt een grote rol. Een gedragscode voor parlementariërs of het vaststellen van een minimumloon wordt jaren getraineerd. Een meerderheid van de Kamerleden begrijpt dat het wegstemmen van dergelijke wetten niet goed overkomt, dus laten ze die in een of andere sop gaarkoken, tot ze uiteindelijk verdampt zijn. 

Verhullende werkelijkheid

En dus zijn er in 2015 maar liefst 22 wetten aangenomen, waarvoor ze de parlementariërs vriendelijk bedankt. Een veelvoud van 22 is nog in behandeling.  Ze kondigt tientallen nieuwe wetten aan, die zo op het oog belangrijk zijn. Van betere gezondheidszorg tot meer corruptiebestrijding. Maar de makke is, en dat geldt overigens niet alleen voor Liberia, dat wetten van papier zijn. Uitvoering en controle op de naleving zijn doorgaans erg slecht geregeld, door een gebrek aan ambtelijke capaciteit.
Wie de 21 blz. lange tekst leest zal worden getroffen door alle cijfers die de president opnoemt om het succes van haar beleid te onderbouwen. Maar iedereen die de dagelijkse praktijk kent, weet dat deze statistieken de werkelijkheid verhullen. Ze probeert hieraan te ontsnappen door, opnieuw, plechtig te verklaren dat binnen een paar maanden veel in orde komt. Zoals de levering van elektriciteit. In 2006 was er geen elektriciteitsnet, en dat is er in 99% van het land nog steeds niet. Maar, zo kondigt ze aan, elektriciteit wordt binnenkort geleverd in de grootste slum van Monrovia, en in maart, juli en december zullen nieuwe centrales in werking treden om ook afgelegen gebieden van stroom te voorzien. Ze roemt de 425 km weg die in 10 (!) jaar is aangelegd, maar vergeet erbij op te merken dat 300 km daarvan de laatste drie jaar zijn aangelegd dankzij financiering van de Wereldbank en de Europese Unie.


Vier miljoen mensen wonen in krotten. Ze bestaat het om als resultaat van haar regering te melden dat in 10 jaar tijd 123 woningen zijn gebouwd voor mensen met een laag inkomen en dat er plannen zijn om daar maar liefst 145 woningen binnenkort aan toe te voegen. De enorme filevorming in de hoofdstad Monrovia noopt tot het stimuleren van enig openbaar vervoer. Er worden 7 minibusjes in het vooruitzicht gesteld. En zo gaat het maar door.

Geen zelfkritiek

Terecht wijst Johnson-Sirleaf erop dat Liberia van ver komt. De 13-jarige burgeroorlog (1990-2003) heeft het land ver teruggeworpen. En de ebolacrisis heeft het land in 2014 in een geheel nieuwe, en tot dan toe, onbekende crisis gestort. Maar dat verklaart onvoldoende waarom veel van haar beloften nog steeds in de toekomst waargemaakt moeten worden. Van enige zelfkritiek is geen sprake. Noch van een serieuze analyse waarom de ontwikkeling in Liberia stokt, ondanks de natuurlijke rijkdommen en de vele honderden miljoenen die er jaarlijks (720 miljoen dollar in het laatste fiscale jaar) aan ontwikkelingshulp het land binnenkomen (tegen een staatsbegroting van 622 miljoen dollar). Door velen wordt de enorme corruptie als belangrijkste obstakel voor ontwikkeling beschouwd, hand in hand met slecht bestuur, want dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Een indringend beeld van die corruptie wordt geschetst door John Morlu (tussen 2007 en 2011 hoofd ven de Liberiaanse Rekenkamer) in zijn toespraak tot de jaarvergadering van de Liberiaanse journalistenvakbond, PUL. In de zeer lezenswaardige Liberiaanse glossy Images is deze toespraak integraal gepubliceerd.

John Morlu
Verkiezingen in 2017

In oktober 2017 zijn er presidents- en parlementsverkiezingen. In juni  2016 zal de VN-vredesmacht UNMIL zijn aanwezigheid in Liberia sterk verminderen. Volgens Johnson-Sirleaf is Liberia ‘safe and secure’. ‘The decision of the Security Council of the United Nations to undertake a drawdown of its peace-keeping mission in the country bears proud testimony to how far we have travelled since the end of our protracted conflict in 2003, we have kept the peace and conducted of two successful democratic elections.’ Lang niet iedereen is daar gerust op. De rechterlijke macht, leger en politie zijn corrupte, zwakke en zeer autoritair geleide overheidsorganen die zeer weinig vertrouwen genieten onder de bevolking.
John Morlu ziet het volgens mij reëler: ‘De komende verkiezingen zijn de grootste uitdaging waarvoor Liberia staat. Het gaat dit land voor altijd breken of maken. (…) Zullen we in 2017 mensen kiezen die de democratie zullen maken die wij nodig hebben. Een democratie, waar het parlement niet casht maar beraadslaagt, waar het rechtssysteem eerlijk functioneert en waar de regering niet de grootste omkopers van het land zijn.


zondag 24 januari 2016

Fietsen is voor armoedzaaiers

Fietsen in Liberia is een wonderlijke aangelegenheid. Liberianen fietsen nauwelijks. Je ziet nog weleens een kind op een fiets en heel soms een volwassene. Verder zijn er een paar expats die zich op een tweewieler wagen. Waaronder wij. In de loop van 2012, toen wij hier langzaam maar zeker ingeburgerd raakten, togen we naar de mini-tweedehands fietsenmarkt in het centrum van de stad. Uit het aanbod van pakweg twintig fietsen kozen we de twee beste. Kettingbladen en wielen hadden weinig speling, de remmen voldeden, evenals de versnelling. Made in China uiteraard, maar nu, ruim drie jaar later, rijden ze nog steeds.


Good excercise!

Het meest wonderlijke aan het fietsen is dat je regelmatig commentaar krijgt. ‘Good excercise!’ is een veel gehoorde kreet, die vergezeld gaat met een glimlach. Veel Liberianen zien het als een soort trimmen. Sommigen lopen hard, anderen fietsen. Maar ook krijg je de, vaak wat minder vriendelijk geuite, uitnodiging om de fiets maar af te staan, dan wel weg te geven als je Liberia weer verlaat. Verder zijn er ook boze blikken. Vooral van taxi’s (auto’s en motorfietsen) die laten merken niet te begrijpen hoe iemand het in zijn hoofd haalt te gaan fietsen in plaats van een taxi te nemen.

Files, geld en regenpakken

Naast verbazingwekkend is er ook een ergerlijke kant aan het fietsen in Liberia. Of beter gezegd het niet-fietsen van de overgrote meerderheid der Liberianen (en expats). Natuurlijk, het is een veel gehoord ‘algemeen bekend feit’ dat in (met name Afrikaanse) ontwikkelingslanden fietsen wordt gezien als een armelui's bezigheid. Hoewel het overgrote deel van de bevolking een schamel inkomen heeft, besteedt ze een deel van dat weinige geld liever om aan te schuiven in een overbevolkte taxi of plaats te nemen achterop een motorfiets dan aan het kopen van een tweedehands fiets. Hoe vaak wij onze collega’s en Liberiaanse vrienden ook voorgerekend hebben dat de fiets veel voordeliger (en gezonder) is dan de taxi: men wil er niet aan. En het is niet alleen voordeliger. Liberianen die een baan in het centrum hebben en bijv. 8 kilometer van hun werk wonen, moeten ’s morgens en ’s avond twee tot drie uur in de file staan op de enige weg die het centrum ontsluit in noordelijke en zuidelijke richting. Om nog maar te zwijgen van de enorme luchtvervuiling, want Liberia is, zoals vele Afrikaanse landen, het afvoerputje van oude, afgekeurde auto's uit Europa.
Eerlijk gezegd zijn er ook wel verzachtende omstandigheden. In het regenseizoen kan het zó met bakken uit de lucht vallen dat daar geen regenpak tegen opgewassen is. Het openbare leven valt dan voor een tijdje stil. Maar goed, dat is uiteindelijk toch maar op een beperkt aantal dagen van het jaar het geval. Een andere tegenwerping die veel wordt gehoord is de prijs van een tweedehands fiets (rond de 70 dollar) die toch al snel de helft van het gemiddelde maandloon beslaat. Dat argument snijdt zeker hout, maar vergelijkbaar met andere grote uitgaven die ook gedaan moeten worden (huur, schoolgeld kinderen) is de fiets een investering die zich méér dan terugverdient. Uitgerekend dat aspect is moeilijk tussen de oren te krijgen.

De twintig autobussen uit Istanbul worden overhandigd in Monrovia
Neem de bus!

En de bus dan? Sinds kort rijden er in Monrovia twintig rode stadsbussen rond die geschonken zijn door Istanbul. Een dienstregeling of duidelijke route heb ik niet kunnen ontdekken. Evenmin is duidelijk hoe veel een kaartje kost. De chauffeur wil geld hebben. Maar ook zijn als conducteur optredende handlanger die de mensen erin laat. En de tarieven schijnen nogal eens te verschillen, afhankelijk van het humeur of de financiële situatie waar de chauffeur of conducteur zich in bevindt.
Monrovia slipt langzaam maar zeker dicht. De enorme files die elke dag de stad in en uit gaan, zorgen nog niet voor een omslag in het denken. De paar verkeerslichten helpen geen zier. Voor het door rood heen rijden is bij wijze van spreken nog nooit iemand bekeurd. Sommige verkeerslichten staan na de kruising en er zijn links- of rechtsaf pijlen, terwijl er geen zijweg is. De parkeerdruk in het centrum heeft ertoe geleid dat er betaald parkeren is ingevoerd. Maar het tarief is, overigens niet onbegrijpelijk, zo laag dat het geen rem vormt.
Naast de taxi’s en personenauto’s is ook het aantal auto’s van de Verenigde Naties, ontwikkelings-NGOs en regeringsburelen gigantisch. De vele expats en Liberiaanse bonzen die zich hierin laten rondrijden, meestal nodeloos door vier wielen aangedreven, zouden zich ook weleens mogen afvragen of hun mobiliteit niet was duurzamer geregeld kan worden.



Wellicht dat het voorbeeld uit Ghana inspirerend werkt voor enige ondernemende Liberianen. Op kleine schaal worden hier fietsen gemaakt van bamboo. Nu kun je in Nederland voor heel veel geld ook dit soort fietsen kopen, maar het project in Ghana heeft naast een duurzame, ook een sociale dimensie. Het schept werkgelegenheid voor jongeren en gehandicapten en het bedrijfje doneert fietsen aan communities om zo het fietsen populairder te maken. Changing the face of transport is het motto dat ook in Liberia méér dan nodig is.

zaterdag 16 januari 2016

De Liberiaanse kamervoorzitter beschuldigd van corruptie

(Ik ben weer terug in Liberia!)

In de week dat de Tweede Kamer de met veel publiciteit omgeven verkiezing van een voorzitter afhandelde, kwam de Liberiaanse collega van de vers gekozen Khadija Arib fors onder vuur te liggen. Alex Tyler, want zo heet de man, wordt er in de FrontPage Africa van beschuldigd zich jarenlang verrijkt te hebben. Met name door als parlementsvoorzitter geld te incasseren van bedrijven die concessies door het parlement geratificeerd wilden hebben, zodat ze konden beginnen met hun mijnbouw- of landbouwactiviteiten. Concessiepolitiek is een van de (vele) zwakke schakels in het toch al wankele overheidsgestel van ontwikkelingslanden die over veel bodemschatten beschikken. Dat geldt ook voor Liberia, en daar heb ik al een aantal blogs aan gewijd (zie het label 'bodemschatten' onder 'trending'). Een concessie verlenen aan een buitenlands bedrijf om bijvoorbeeld (palm)olie of ijzererts te winnen is snel geld verdienen voor de bestuurlijke elite. Want maar een deel komt in de staatskas terecht, de rest verdwijnt in zakken van ambtenaren en vooral politici die de dienst ‘verlenen’ om de concessie rond te krijgen. In het genoemde FrontPage Africa artikel komt een Liberiaanse ondernemer aan het woord, die vertelt dat een parlementariër 5000 dollar vroeg om een amendement in te dienen op een concessieverlening aan de ondernemer. Zonder dat wijzigingsvoorstel zou het voorstel niet worden aangenomen. Verder moest hij nog 45.000 dollar aan andere ‘honourable’ afgevaardigden betalen om zeker te zijn van hun stem, allemaal in contant geld. 

Alex Tyler
Half duister

Volgens Moore Stephen, de vermaarde Britse accountants die voor het Liberia Extractive Industries Transparency Initiative (LEITI)  de jaarrapporten opstellen, speelt een groot deel van de concessieverlening zich in het half duister af. FrontPage Africa schrijft dat van de 68 concessie-overeenkomsten die door het parlement de laatste jaren zijn goedgekeurd (totale waarde 8 miljard dollar) slechts drie de normale route gevolgd. Ik heb dat niet terug kunnen vinden in het laatste LEITI rapport, maar wel worden in dat rapport vele andere harde noten gekraakt over de gebrekkige wijze waarop bedrijven en agentschappen van de overheid rapporteren over de concessieverleningen. FrontPage Africa herinnert er ook aan dat sinds 2005 door het parlement voor 16 miljard dollars aan concessies is verleend: ‘many of these concessions were unable to make any meaningful difference on the ground’.

Web van corruptiedraden

Het is algemeen bekend dat er geld op tafel moet komen om het parlementaire proces te beginnen dat uiteindelijk moet leiden tot besluitvorming. En dat proces is vooral in handen van de voorzitter van het parlement, dat overigens ook in het kleine Liberia uit twee kamers bestaat (Huis van Afgevaardigden en Senaat). En dat vervolgens parlementariërs geld vragen voor hun ‘ja-stem’. De Canadees Len Lindstrom raakte met zijn aanvraag voor een concessie zo verward in het web van  corruptiedraden die gespannen werden dat hij daar een website en een boek aan heeft gewijd (Corruption 010), dat van de gelijknamige website te downloaden is.

Jandy’s Little Paradise

Terug naar Tyler. Eind december werd Jandy’s Little Paradise geopend. Een hotel, restaurant, conferentiecentrum en relaxcentrum, gelegen aan de weg van de hoofdstad Monrovia naar het ‘internationale’ vliegveld. Eigenaar: het echtpaar Tyler; kosten naar verluid 1 miljoen dollar. Ellen Johnson-Sirleaf, president van Liberia, was gevraagd de opening te verrichten, maar zij weigerde met het argument dat de president zich niet voor privé-karretjes laat spannen. Een argument dat weinig hout snijdt, want enkele jaren geleden opende ze wel het chique Grand Royal Hotel in Monrovia, dat nota bene in handen is van een rijke Libanese familie. De officiële opening werd, aldus het vermakelijke krantenverslag,  nu verricht door United Methodist bisschop Dr. John G. Innis.


 Vloot van pickups

Het echte argument van de president was dat zij ‘not amused’ was, omdat Tyler, tot voor kort een partijgenoot in de regerende Unity Party, zijn eigen partij was begonnen om als kandidaat in 2017 aan de presidentsverkiezingen mee te doen. FrontPage Africa was een kijkje gaan nemen bij het kantoor van de nieuwe partij, de Liberia People’s Democratic Party, en constateerde dat er een ‘vloot’ van brandnieuwe pickups klaar stond om de partij aan de man te brengen. Volgens de krant opnieuw een bewijs van de weelde waarin Tyler baadt. Hoe komt hij toch aan dat geld, zo vroeg de krant zich af, want in 2005, toen hij zijn parlementaire loopbaan begon, verklaarde Tyler een maandsalaris van 207 dollar te hebben en zijn enige bezit was een schamel stenen huisje dat 5173 dollar waard was.

Naast de extra concessie-inkomsten beschikt Tyler als ‘Speaker of the House’ ook over een zeer riant salaris en nog riantere onkostenvergoedingen. Volgens de begroting 2014/2015 heeft Tyler in totaal in een jaar zo’n 2 miljoen dollar tot zijn beschikking. Daarin begrepen zijn salaris en allerlei toeslagen voor benzine, kranten, assistenten, reiskosten enz. Een fors bedrag: de totale staatsbegroting is zo’n 650 miljoen dollar. Wellicht is dit bedrag conform de vermelde posten besteed. Maar wellicht ook niet, want er vindt geen enkele controle op de besteding plaats en de enige die over dit geld beschikt is Tyler zelf.